Naar hoofdinhoud

DEEL III

Artikel 16

Artikel 16

Onderdeel van Verdrag betreffende de accommodatie aan boord van vissersschepen· Agrarisch recht

Deze tekst geldt sinds 12 mei 1977

1. Er dienen zich aan boord voldoende kooktoestellen te bevinden; zo mogelijk, dienen deze in een afzonderlijke kombuis te worden opgesteld. 2. Derhalve dient de kombuis van behoorlijke afmetingen te zijn, goed verlicht en goed geventileerd. 3. De kombuis dient te zijn uitgerust met keukengerei, het nodige aantal kasten en planken, gootstenen en bordenrekken van roestvrij materiaal en voldoende afvoermogelijkheden. Drinkwater dient via leidingen naar de kombuis te worden gevoerd. Indien dit onder druk geschiedt, dan dienen voorzieningen tegen terugstroming te worden getroffen. Indien er geen warm water naar de kombuis wordt gevoerd, dan dient er een toestel te zijn waarmede water kan worden verwarmd. 4. De kombuis dient zodanig te zijn ingericht, dat op elk ogenblik voor de bemanning warme dranken kunnen worden gemaakt. 5. Er dient een behoorlijk ruim magazijn voor de opslag van levensmiddelen te zijn; dit dient droog en koel gehouden te kunnen worden en goed geventileerd te zijn, ter voorkoming van bederf van de voorraden. Zo mogelijk, dienen er koelkasten of andere opbergruimte waarin de lucht kan worden gekoeld, aanwezig te zijn. 6. Ingeval voor het koken in de kombuis gebruik wordt gemaakt van butaan- of propaangas, dienen de gasflessen bovendeks te worden gehouden.

Rechtspraak bij dit artikel