**1.** Alle bemanningsverblijven dienen behoorlijk te zijn verlicht. De minimumnorm voor de hoeveelheid in dagverblijven doordringend daglicht is een zodanige dat iemand met een normaal gezichtsvermogen bij helder weer overal in het desbetreffende verblijf waar men zich vrij kan bewegen een gewone krant kan lezen. Indien het niet mogelijk is voldoende daglicht toe te laten, dient er voor kunstlicht te worden gezorgd dat aan de hierboven bedoelde minimumeis voldoet.
**2.** Op alle schepen dient, zo mogelijk, in de bemanningsverblijven elektrisch licht te worden aangelegd. Indien er geen twee van elkaar onafhankelijke elektriciteitsbronnen zijn voor de verlichting, dan dient voor noodgevallen over extra lampen of verlichtingsapparatuur van deugdelijke makelij te kunnen worden beschikt.
**3.** De elektrische lampen dienen zodanig te worden aangebracht, dat zij degenen die in het verblijf aanwezig zijn het maximum aan rendement geven.
**4.** Behalve de normale verlichting van de hut, dient er voor elke kooi een leeslamp van voldoende sterkte te worden gemonteerd.
**5.** Bovendien dient gedurende de gehele nacht in het nachtverblijf een blauwe lamp te branden.
DEEL III
Artikel 9
Artikel 9
Onderdeel van Verdrag betreffende de accommodatie aan boord van vissersschepen· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 12 mei 1977