Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Artikel 6

Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Unie van Socialistische Sowjet-Republieken inzake de Handelsscheepvaart· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 14 september 1971

1. Elk van de Overeenkomstsluitende Partijen zal voor wat betreft de vrije toegang tot de havens, het gebruik van de havens voor laden en lossen, het embarkeren en debarkeren van passagiers, de betaling van haven- en andere gelden en heffingen, het gebruik van diensten, bestemd voor de scheepvaart, en de gebruikelijke commerciële handelingen aan de schepen van de andere Overeenkomstsluitende Partij eenzelfde behandeling toekennen als zij aan haar eigen schepen toekent welke worden gebruikt voor internationaal vervoer. 2. Het gestelde in lid 1 van het onderhavige artikel: heeft geen betrekking op havens welke niet in gebruik zijn ten behoeve van de aan het internationale verkeer deelnemende schepen, of op havens, havengebieden en havengedeelten welke uitsluitend of in hoofdzaak bestemd zijn voor oorlogsschepen, voorzover niet van het tegendeel door de bevoegde autoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij is kennis gegeven; is niet van toepassing op activiteiten welke elk van de Overeenkomstsluitende Partijen aan haar eigen organisaties onderscheidenlijk ondernemingen voorbehoudt, zoals met name de nationale kustvaart en de zeevisserij, waaronder begrepen het aan land brengen en verhandelen van de visvangst; verplicht niet de ene Overeenkomstsluitende Partij de uitzonderingsbepalingen ten aanzien van het verplichte gebruik van de diensten van het loodswezen voor haar eigen schepen, ook van toepassing te verklaren voor schepen van de andere Overeenkomstsluitende Partij; laat onverlet de voorschriften betreffende de binnenkomst en het verblijf van vreemdelingen.

Rechtspraak bij dit artikel