De stortingen voorzien in artikel 1 zullen worden aangewend voor de regeling der rechten uit de obligaties van Servische en Zuidslavische overheidsleningen, die op de datum van ondertekening van deze Overeenkomst het eigendom zijn van natuurlijke personen en rechtspersonen van Nederlandse nationaliteit en die door de houders overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 4 en 5 zijn gedeponeerd.
De nominale bedragen der aangegeven obligaties, die in Nederland in omloop zijn, worden voorlopig geschat op
1e categorie
Voor de leningen:
Servië 4 % 1895
Servië 5 % 1902
Servië 4,5 % 1906
Servië 4,5 % 1909
Servië 5 % 1913
Servië 4,5 % Ouprava fondova 1910
Servië 4,5 % Ouprava fondova 1911
van het Servische Rode Kruis 1907
3 000 000 frs or germinal.
2e categorie
Voor de leningen (obligaties en deelcertificaten):
Zuidslavië 7 % 1931
Zuidslavië 5 % Funding 1933/1937
1 300 000 frs or Poincaré.
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Federale Volksrepubliek Zuidslavië inzake de regeling van bepaalde Nederlandse financiële vorderingen· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 21 november 1961