Naar hoofdinhoud
1). Elk der landen van de bijzondere Unie dat deze Akte heeft ondertekend kan haar bekrachtigen en, zo het deze niet heeft ondertekend, daartoe toetreden. 2). Landen, die geen lid zijn van de bijzondere Unie, doch partij zijn bij het Verdrag van Parijs voor de bescherming van de industriële eigendom, kunnen tot deze Akte toetraden en daardoor lid worden van de bijzondere Unie. 3). De akten van bekrachtiging en van toetreding worden nedergelegd bij de Directeur-Generaal. 4). Voor de eerste vijf landen die hun akten van bekrachtiging of van toetreding hebben nedergelegd, treedt deze Akte in werking drie maanden na de datum waarop de vijfde akte van bekrachtiging of van toetreding is nedergelegd. Voor ieder ander land treedt deze Akte in werking drie maanden na de datum waarop zijn bekrachtiging of zijn toetreding door de Directeur-Generaal is bekendgemaakt, tenzij in de akte van bekrachtiging of van toetreding een latere datum is vermeld. In dit laatste geval treedt voor het betrokken land deze Akte in werking op de aldus aangegeven datum. 5). Bekrachtiging of toetreding houdt van rechtswege in toetreding tot alle bepalingen en toelating tot alle voordelen in deze Akte vastgelegd. 6). Na de inwerkingtreding van deze Akte kan een land niet toetreden tot de Akte van 15 juni 1957 van deze Overeenkomst dan met gelijktijdige bekrachtiging van of toetreding tot deze Akte.

Rechtspraak bij dit artikel