Naar hoofdinhoud

DEEL III

Artikel 16

Schepen in het bezit van of geëxploiteerd door een staat

Onderdeel van Verdrag van de Verenigde Naties inzake de immuniteit van rechtsmacht van staten en hun eigendommen· Internationaal publiekrecht

1. Tenzij anders overeengekomen tussen de betrokken staten, kan een staat die een schip bezit of exploiteert geen beroep doen op immuniteit van rechtsmacht ten overstaan van een rechter van een andere staat die voor het overige bevoegd is ter zake van een geding dat betrekking heeft op de exploitatie van dat schip indien het schip, op het tijdstip waarop de aanleiding voor de vordering ontstond, werd gebruikt voor andere dan niet-commerciële overheidsdoeleinden. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op oorlogsschepen of hulpschepen noch op andere schepen die eigendom zijn van of worden geëxploiteerd door een staat, en tijdelijk alleen voor niet-commerciële overheidsdiensten worden gebruikt. 3. Tenzij anders overeengekomen tussen de betrokken staten, kan een staat geen beroep doen op immuniteit van rechtsmacht ten overstaan van een rechter van een andere staat die voor het overige bevoegd is ter zake van een geding dat betrekking heeft op vrachtvervoer aan boord van een schip dat in het bezit is van of wordt geëxploiteerd door die staat indien het schip, op het tijdstip waarop de aanleiding voor de vordering ontstond, werd gebruikt voor andere dan niet-commerciële overheidsdoeleinden. 4. Het derde lid is niet van toepassing op vracht vervoerd aan boord van schepen bedoeld in het tweede lid, noch op vracht die eigendom is van een staat en uitsluitend wordt gebruikt of beoogd is voor niet-commerciële overheidsdoeleinden. 5. staten kunnen een beroep doen op alle middelen tot verweer, verjaring en beperking van de aansprakelijkheid die beschikbaar zijn voor private schepen, vracht en hun eigenaren. 6. Indien tijdens een geding een vraag rijst met betrekking tot het overheids- en niet-commerciële karakter van een schip in het bezit van of geëxploiteerd door een staat of vracht in het bezit van een staat, fungeert een door een diplomatieke vertegenwoordiger of andere bevoegde autoriteit van die staat ondertekend certificaat dat aan de rechter wordt gezonden als bewijs van het karakter van dat schip of die vracht.

Rechtspraak bij dit artikel