**1.** Een staat kan in een geding voor de rechter van een andere staat geen beroep doen op immuniteit van rechtsmacht indien:
hij het geding zelf heeft ingesteld; of
hij is opgekomen in het geding of enige andere maatregel heeft getroffen ten aanzien van de inhoud ervan. Indien de staat ten genoegen van de rechter aantoont dat hij slechts naderhand kennis heeft kunnen nemen van de feiten waarop hij zijn immuniteit had kunnen gronden, kan hij een beroep doen op immuniteit op grond van die feiten, mits hij zulks doet zodra dit mogelijk is.
**2.** Een staat wordt niet geacht te hebben ingestemd met de uitoefening van rechtsmacht door de rechter van een andere staat indien hij zich voegt in een geding of andere maatregelen treft uitsluitend ten behoeve van:
een beroep op immuniteit; of
een beroep op een recht op of belang in de eigendommen die het voorwerp zijn van het geding.
**3.** De verschijning van een vertegenwoordiger van een staat als getuige voor de rechter van een andere staat wordt niet uitgelegd als instemming door de eerstbedoelde staat met de uitoefening van rechtsmacht door de rechter.
**4.** Indien een staat verzuimt te verschijnen voor de rechter van een andere staat wordt dat niet uitgelegd als instemming door de eerstbedoelde staat met de uitoefening van de rechtsmacht door de rechter.
DEEL II
Artikel 8
Gevolgen van deelname in een geding voor een rechter
Onderdeel van Verdrag van de Verenigde Naties inzake de immuniteit van rechtsmacht van staten en hun eigendommen· Internationaal publiekrecht