Naar hoofdinhoud

Artikel 11

Vertrouwelijkheid en bijzonderheden

Onderdeel van Verdrag betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 1 december 2012

1. De aangezochte partij dient het vertrouwelijke karakter van het verzoek om rechtshulp en de inhoud daarvan te bewaren, voor zover haar wetgeving dit toelaat. Indien het verzoek om rechtshulp niet kan worden uitgevoerd zonder het vertrouwelijke karakter te schenden, dient de aangezochte partij de verzoekende partij hiervan op de hoogte te stellen. Deze besluit dan of het verzoek alsnog dient te worden uitgevoerd. 2. De verzoekende partij mag de krachtens dit Verdrag verstrekte of verkregen gegevens of bewijsstukken niet openbaar maken of gebruiken voor andere dan de in het verzoek om rechtshulp bepaalde doeleinden zonder de voorafgaande toestemming van de aangezochte partij. 3. Indien zij daartoe aanleiding ziet, kan de partij die de gegevens of bewijsstukken heeft verstrekt de partij waaraan de gegevens of bewijsstukken zijn verstrekt, verzoeken haar op de hoogte te stellen van de wijze waarop deze zijn gebruikt.

Rechtspraak bij dit artikel