Naar hoofdinhoud

Artikel 13

Videoconferentie

Onderdeel van Verdrag betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 1 december 2012

1. Indien een persoon zich op het grondgebied van de aangezochte partij bevindt en als getuige of deskundige dient te worden gehoord door de justitiële autoriteiten van de verzoekende partij kan de verzoekende partij, waar mogelijk en voor zover het nationale recht dit toelaat, de aangezochte partij verzoeken toe te stemmen in een verhoor per videoconferentie door een rechterlijke autoriteit van de verzoekende partij in aanwezigheid van een rechterlijke autoriteit van de aangezochte partij. 2. De partijen kunnen overeenkomen aan welke nadere voorwaarden een verhoor per videoconferentie dient te voldoen, rekening houdend met hun nationale recht.

Rechtspraak bij dit artikel