**1.** Van de datum der inwerkingtreding der regelingen voor de Duitse defensiebijdrage af, mogen op het grondgebied van de Bondsrepubliek strijdkrachten worden gestationneerd van dezelfde nationaliteit en daadwerkelijke sterkte als op het tijdstip der inwerkingtreding van deze regelingen.
**2.** De daadwerkelijke sterkte van de ingevolge lid 1 van dit artikel in de Bondsrepubliek gestationneerde strijdkrachten mag te allen tijde met goedvinden van de Regering der Bondsrepubliek Duitsland worden opgevoerd.
**3.** Aanvullende strijdkrachten van de Staten welke partij zijn bij deze Overeenkomst mogen met goedvinden van de Regering der Bondsrepubliek Duitsland het grondgebied van de Bondsrepubliek overeenkomstig de voor de aan de Geallieerde Opperbevelhebber in Europa toegewezen strijdkrachten geldende regelingen betreden en er blijven voor oefeningen, mits deze strijdkrachten daar telkens niet langer verblijven dan 30 opeenvolgende dagen.
**4.** De Bondsrepubliek verleent aan de strijdkrachten van Frankrijk, van het Verenigd Koninkrijk en van de Verenigde Staten het recht, het grondgebied van de Bondsrepubliek binnen te komen, door te trekken of te verlaten op doortocht naar en van Oostenrijk (zo lang hun strijdkrachten aldaar gestationneerd blijven) of enig ander land dat lid is van de Noord-Atlantische Verdrags Organisatie, op dezelfde grondslag als tussen Partijen bij het Noord-Atlantisch Verdrag gebruikelijk is of als door de Noord-Atlantische Raad met bindende kracht voor alle Staten-Leden overeen kan worden gekomen.
Voor inwerkingtreding zie ook Trb. 1990/165.
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Overeenkomst inzake de aanwezigheid van buitenlandse strijdkrachten in de Bondsrepubliek Duitsland· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 6 mei 1955