**a.** De President leidt de lopende zaken van de Bank volgens de aanwijzingen van de Raad van Bewind en vertegenwoordigt de Bank in rechte. Hij of zij is verantwoordelijk voor de organisatie, de aanstelling en het ontslag van het leidinggevend en ander personeel. Bij het aanstellen van leidinggevend en ander personeel schenkt hij, rekening houdend met het primaire belang van doelmatigheid en technische bekwaamheid, de nodige aandacht aan werving op basis van een brede geografische spreiding onder de leden van de Bank, en aan regionale werving.
**b.** De Raad van Gouverneurs kiest met een meerderheid van het totale aantal Gouverneurs die ten minste een meerderheid van het totale aantal stemmen van de leden vertegenwoordigen, een President. De President mag tijdens het bekleden van zijn functie geen Gouverneur, Bewindvoerder of plaatsvervanger van een van beiden zijn. De ambtstermijn van de President is vijf jaar. Hij kan eenmaal worden herkozen. Hij of zij treedt echter af wanneer de Raad van Gouverneurs zulks besluit bij bijzondere meerderheid. Indien door enige oorzaak de functie van President openvalt, kiest de Raad van Gouverneurs, in overeenstemming met de bepalingen van dit lid, een opvolger voor ten hoogste vijf jaar. De Raad van Gouverneurs stelt het salaris en de voorwaarden voor het arbeidscontract van de President vast.
**c.** De Bank, haar President, leidinggevend en ander personeel dienen zich bij hun besluiten slechts te laten leiden door overwegingen die betrekking hebben op het doel, de taken en de werkzaamheden van de Bank. Deze overwegingen worden onpartijdig tegen elkaar afgewogen ten einde de doelstellingen van de Bank te verwezenlijken en uit te voeren. De President, leidinggevend en ander personeel van de Bank staan in de uitoefening van hun functie uitsluitend in dienst van de Bank en stellen hun diensten aan geen enkele andere autoriteit ter beschikking. Elk lid van de Bank eerbiedigt het internationale karakter van deze dienstbetrekking en onderneemt geen enkele poging een van hen in de uitoefening van zijn functie te beïnvloeden.
HOOFDSTUK VII
Artikel 30
President, leidinggevend en ander personeel
Onderdeel van Verdrag tot oprichting van de Bank voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling in het Midden-Oosten en Noord-Afrika· Internationaal publiekrecht