**1.** De Waterloopstaten stellen, binnen hun onderscheiden grondgebieden, alles in het werk om inrichtingen, voorzieningen en andere werken die verband houden met een internationale waterloop in stand te houden en te beschermen.
**2.** Op verzoek van een Waterloopstaat die redelijke gronden heeft om aan te nemen dat hij aanzienlijke nadelige gevolgen zal ondervinden, gaan de Waterloopstaten over tot overleg met betrekking tot:
de veilige exploitatie en het onderhoud van inrichtingen, voorzieningen of andere werken die verband houden met een internationale waterloop; en
de bescherming van inrichtingen, voorzieningen of andere werken tegen opzet of nalatigheid of natuurkrachten.
DEEL IV
Artikel 26
Inrichtingen
Onderdeel van Verdrag inzake het recht betreffende het gebruik van internationale waterlopen anders dan voor scheepvaart· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 17 augustus 2014