Naar hoofdinhoud

DEEL V

Artikel 28

Noodsituaties

Onderdeel van Verdrag inzake het recht betreffende het gebruik van internationale waterlopen anders dan voor scheepvaart· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 17 augustus 2014

1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder „noodsituatie”, een situatie die ernstige schade berokkent of dreigt te berokkenen aan de Waterloopstaten of andere Staten en die plotseling door een natuurlijke oorzaak ontstaat, zoals overstromingen, kruiend ijs, aardverschuivingen of aardbevingen, of door menselijke activiteiten, zoals industriële ongelukken. 2. Elke Waterloopstaat doet de andere Staten die mogelijk kunnen worden getroffen alsmede de bevoegde internationale organisaties onverwijld en met behulp van de snelste, beschikbare middelen kennisgeving van elke noodsituatie die zich binnen zijn grondgebied voordoet. 3. Elke Waterloopstaat binnen wiens grondgebied zich een noodsituatie voordoet, neemt onmiddellijk, in samenwerking met de Staten die mogelijk kunnen worden getroffen en, indien van toepassing, met de bevoegde internationale organisaties, alle in de gegeven omstandigheden nodige, praktisch uitvoerbare maatregelen teneinde de schadelijke gevolgen van de noodsituatie te voorkomen, te verzachten en weg te nemen. 4. Indien nodig ontwikkelen de Waterloopstaten gezamenlijk noodplannen om het hoofd te bieden aan noodsituaties, indien van toepassing in samenwerking met andere mogelijk bedreigde Staten en met de bevoegde internationale organisaties.

Rechtspraak bij dit artikel