**1.** In geval van een geschil tussen twee of meer Partijen over de uitlegging of toepassing van dit Verdrag, trachten de betrokken Partijen, bij gebreke van een toepasselijke overeenkomst tussen hen, het geschil langs vreedzame weg op te lossen, in overeenstemming met de volgende bepalingen.
**2.** Indien de betrokken Partijen geen overeenstemming kunnen bereiken door middel van door een van hen verzochte onderhandelingen, kunnen zij gezamenlijk de goede diensten inroepen van een derde partij, of deze partij verzoeken op te treden ter bemiddeling of verzoening, of, naar gelang van het geval, zich richten tot een eventueel door hen ingestelde gezamenlijke waterloopinstantie, of besluiten het geschil te onderwerpen aan arbitrage of voor te leggen aan het Internationale Gerechtshof.
**3.** Onverminderd de toepassing van het tiende lid, wordt het geschil, indien de betrokken Partijen na een termijn van zes maanden te rekenen vanaf de datum van het in het tweede lid bedoelde verzoek om onderhandeling, hun geschil niet hebben geregeld door middel van onderhandeling of door enig ander in het tweede lid bedoeld middel, op verzoek van een van de partijen bij het geschil, onderworpen aan een onpartijdig onderzoek, in overeenstemming met het vierde tot en met het negende lid, tenzij de Partijen anders overeenkomen.
**4.** Er wordt een onderzoekscommissie ingesteld, bestaande uit een lid benoemd door elke betrokken Partij en daarnaast een lid dat niet de nationaliteit heeft van een van de betrokken Partijen, dat wordt gekozen door de benoemde leden en optreedt als voorzitter.
**5.** Indien de door de Partijen benoemde leden binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf het verzoek tot instelling van de Commissie er niet in slagen overeenstemming te bereiken over een voorzitter, kan elke betrokken Partij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties verzoeken een voorzitter te benoemen, die noch de nationaliteit heeft van een van de partijen bij het geschil, noch van een van de oeverstaten van de betrokken waterloop. Indien een van de Partijen nalaat een lid te benoemen binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf het initiële verzoek uit hoofde van het derde lid, kan elke andere betrokken Partij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties verzoeken een persoon te benoemen die noch de nationaliteit van een van de partijen bij het geschil heeft, noch van een van de oeverstaten van de betrokken waterloop. De aldus benoemde persoon is het enige lid van de Commissie.
**6.** De Commissie stelt zelf haar procedure vast.
**7.** De betrokken Partijen zijn verplicht de Commissie de informatie waarom zij kan verzoeken te verstrekken en, op verzoek, de Commissie toe te staan hun respectieve grondgebied te betreden en voorzieningen, inrichtingen, apparatuur, constructies of natuurlijke kenmerken die voor haar onderzoek van belang zijn, te inspecteren.
**8.** De Commissie neem haar rapport aan bij meerderheid van stemmen, tenzij zij slechts een lid telt, en legt dit rapport voor aan de betrokken Partijen met de vermelding van haar met redenen omklede conclusies en de door haar passend geachte maatregelen met het oog op een redelijke oplossing van het geschil; de betrokken Partijen nemen een en ander te goeder trouw in overweging.
**9.** De uitgaven van de Commissie worden gelijkelijk door de betrokken Partijen gedragen.
**10.** Een Partij die geen regionale organisatie voor economische integratie is, kan bij de bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring van of toetreding tot dit Verdrag, of te allen tijde daarna, in een aan de Depositaris gerichte schriftelijke akte verklaren dat zij, ten aanzien van enig geschil dat niet in overeenstemming met het tweede lid is opgelost, ipso facto en zonder bijzondere overeenkomst waarbij een van de Partijen dezelfde verplichting aanvaardt, als verplicht erkent:
voorlegging van het geschil aan het Internationale Gerechtshof; en/of
arbitrage door een scheidsgerecht dat wordt ingesteld en functioneert, tenzij de partijen bij het geschil anders zijn overeengekomen, in overeenstemming met de in de bijlage bij dit Verdrag uiteengezette procedure.
Een Partij die een regionale organisatie voor economische integratie is, kan een verklaring met dezelfde strekking afleggen met betrekking tot arbitrage, overeenkomstig onderdeel b).
DEEL VI
Artikel 33
Beslechting van geschillen
Onderdeel van Verdrag inzake het recht betreffende het gebruik van internationale waterlopen anders dan voor scheepvaart· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 17 augustus 2014