Naar hoofdinhoud

DEEL II

Artikel 6

Factoren terzake van redelijk en billijk gebruik

Onderdeel van Verdrag inzake het recht betreffende het gebruik van internationale waterlopen anders dan voor scheepvaart· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 17 augustus 2014

1. Voor een redelijk en billijk gebruik van een internationale waterloop in de zin van artikel 5, dient rekening te worden gehouden met alle factoren en omstandigheden terzake, waaronder: de geografische, hydrografische, hydrologische, klimatologische, ecologische en andere factoren van natuurlijke aard; de sociale en economische behoeften van de betrokken Waterloopstaten; de bevolking die in elke Waterloopstaat afhankelijk is van de waterloop; de effecten van het gebruik van de waterlopen in een Waterloopstaat op andere Waterloopstaten; het bestaande en mogelijke gebruik van de waterloop; het behoud, de bescherming, de ontwikkeling en het economisch gebruik van de waterrijkdommen van de waterloop en de kosten van maatregelen die daartoe zijn getroffen; de aanwezigheid van alternatieven, van vergelijkbare waarde, voor een specifiek voorzien of bestaand gebruik. 2. Bij de toepassing van artikel 5 of van het eerste lid van dit artikel, treden de desbetreffende Waterloopstaten, indien nodig, in overleg in een geest van samenwerking. 3. Het gewicht dat aan elke factor dient te worden toegekend, wordt bepaald door het belang daarvan in verhouding tot het belang van andere factoren terzake. Om vast te stellen wat billijk en redelijk gebruik is, dienen alle relevante factoren gezamenlijk te worden bestudeerd en dient een conclusie te worden getrokken op basis van alle factoren tezamen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel