Naar hoofdinhoud

Artikel II

De Organisatie

Onderdeel van Alomvattend Kernstopverdrag· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht

1. De Staten die Partij zijn richten hierbij op de Verdragsorganisatie voor een alomvattend verbod op kernproeven (hierna te noemen: „de Organisatie”), die tot taak heeft voorwerp en doel van dit Verdrag te verwezenlijken, de toepassing van de hierin vervatte bepalingen te garanderen, met inbegrip van die welke betrekking hebben op de internationale verificatie op de naleving ervan, en een forum te bieden voor overleg en samenwerking tussen de Staten die Partij zijn. 2. Alle Staten die Partij zijn, zijn lid van de Organisatie. Een Staat die Partij is mag het lidmaatschap van de Organisatie niet worden ontnomen. 3. De Organisatie heeft haar zetel te Wenen, Republiek Oostenrijk. 4. Hierbij worden ingesteld als organen van de Organisatie: de Conferentie van Staten die Partij zijn, de Uitvoerende Raad en het Technisch Secretariaat, waaronder het Internationaal Datacentrum valt. 5. Elke Staat die Partij is werkt samen met de Organisatie bij de uitoefening van haar taken overeenkomstig dit Verdrag. Staten die Partij zijn plegen rechtstreeks onderling overleg, of via de Organisatie of andere geschikte internationale procedures, met inbegrip van procedures binnen het kader van de Verenigde Naties en overeenkomstig het VN-Handvest, ten aanzien van alle aangelegenheden die ter tafel worden gebracht met betrekking tot het voorwerp en doel, of de toepassing van de bepalingen, van dit Verdrag. 6. De Organisatie verricht haar verificatie-activiteiten die in dit Verdrag zijn geregeld op de minst indringende wijze mogelijk die verenigbaar is met de tijdige en efficiënte verwezenlijking van de doelstellingen daarvan. De Organisatie verzoekt alleen om de informatie en gegevens die nodig zijn om zich te kunnen kwijten van de verantwoordelijkheden uit hoofde van dit Verdrag. De Organisatie neemt alle nodige voorzorgsmaatregelen ter bescherming van de vertrouwelijkheid van de informatie inzake civiele en militaire activiteiten en inrichtingen die haar bij de toepassing van dit Verdrag ter kennis komen en houdt zich, met name, aan de in dit Verdrag vermelde bepalingen inzake de vertrouwelijkheid. 7. Elke Staat die Partij is behandelt de informatie en gegevens die hij met betrekking tot de toepassing van dit Verdrag in vertrouwen van de Organisatie ontvangt, vertrouwelijk en kent deze een bijzondere behandeling toe. Elke Staat die Partij is behandelt deze informatie en gegevens uitsluitend met betrekking tot zijn rechten en plichten uit hoofde van dit Verdrag. 8. De Organisatie, in haar hoedanigheid van onafhankelijk lichaam, tracht, waar gepast, bestaande expertise en faciliteiten aan te wenden en de kosteneffectiviteit te maximaliseren, door samenwerkingsregelingen met andere internationale organisaties zoals de Internationale Organisatie voor Atoomenergie. Dergelijke regelingen, met uitzondering van die van ondergeschikte en normale commerciële en contractuele aard, worden vastgelegd in overeenkomsten die ter goedkeuring worden voorgelegd aan de Conferentie van de Staten die Partij zijn. 9. De kosten van de werkzaamheden van de Organisatie worden jaarlijks door de Staten die Partij zijn betaald overeenkomstig de verdeelsleutel van de Verenigde Naties, aangepast om rekening te houden met het verschil in het aantal leden tussen de Verenigde Naties en de Organisatie. 10. De financiële bijdragen van Staten die Partij zijn aan de Voorbereidende Commissie worden op gepaste wijze in mindering gebracht op hun bijdragen aan de gewone begroting. 11. Een lid van de Organisatie dat een achterstand heeft in de betaling van zijn vastgestelde bijdrage aan de Organisatie, heeft geen stem in de Organisatie indien het achterstallige bedrag gelijk is aan of groter is dan het bedrag van de bijdrage die het lid verschuldigd is over de voorgaande twee volle jaren. De Conferentie van de Staten die Partij zijn kan een dergelijk lid evenwel toestaan zijn stem uit te brengen indien zij ervan overtuigd is dat het niet betalen te wijten is aan omstandigheden waarop het desbetreffende lid geen invloed heeft. 12. De Conferentie van de Staten die Partij zijn (hierna te noemen: „de Conferentie”) bestaat uit alle Staten die Partij zijn. Elke Staat die Partij is heeft één vertegenwoordiger in de Conferentie, die kan worden vergezeld van plaatsvervangers en adviseurs. 13. De Eerste Vergadering van de Conferentie wordt uiterlijk 30 dagen na de inwerkingtreding van dit Verdrag door de Depositaris bijeengeroepen. 14. De Conferentie komt bijeen in gewone, jaarlijks te houden vergaderingen, tenzij de Conferentie anders besluit. 15. Een buitengewone vergadering van de Conferentie wordt bijeengeroepen: Wanneer de Conferentie daartoe besluit; Wanneer de Uitvoerende Raad daarom verzoekt; of Wanneer daarom wordt verzocht door een Staat die Partij is en deze wordt gesteund door een meerderheid van de Staten die Partij zijn. De buitengewone vergadering wordt bijeengeroepen uiterlijk 30 dagen na het besluit van de Conferentie, het verzoek van de Uitvoerende Raad, of de verkrijging van de nodige steun, tenzij in het besluit of het verzoek anders is aangegeven. 16. De Conferentie kan eveneens bijeen worden geroepen als Wijzigingsconferentie, overeenkomstig artikel VII. 17. De Conferentie kan eveneens bijeen worden geroepen als Toetsingsconferentie, overeenkomstig artikel VIII. 18. De vergaderingen worden gehouden ter plaatse van de zetel van de Organisatie, tenzij de Conferentie anders beslist. 19. De Conferentie stelt haar eigen procedureregels vast. Bij aanvang van elke vergadering kiest de Conferentie haar Voorzitter en de eventueel noodzakelijke andere functionarissen. Deze bekleden hun ambt totdat tijdens de volgende vergadering een nieuwe Voorzitter en andere functionarissen worden gekozen. 20. Een meerderheid van de Staten die Partij zijn vormt het quorum. 21. Elke Staat die Partij is heeft één stem. 22. De Conferentie neemt besluiten over aangelegenheden van procedurele aard bij meerderheid van de aanwezige leden die hun stem uitbrengen. Besluiten over aangelegenheden van inhoudelijke aard dienen zoveel mogelijk bij consensus te worden genomen. Indien geen consensus kan worden bereikt wanneer over een aangelegenheid moet worden beslist, stelt de Voorzitter elke stemming 24 uur uit en doet hij tijdens deze periode van uitstel alles wat in zijn vermogen ligt om het bereiken van consensus te vergemakkelijken, en brengt hij vóór het einde van genoemde periode aan de Conferentie verslag uit. Indien aan het einde van deze 24 uur geen consensus mogelijk is, neemt de Conferentie het besluit met een meerderheid van tweederde van de aanwezige leden die hun stem uitbrengen, tenzij in dit Verdrag anders is bepaald. Wanneer de vraag rijst of een aangelegenheid al dan niet van inhoudelijke aard is, wordt die zaak behandeld als een aangelegenheid van inhoudelijke aard, tenzij anders wordt beslist met de meerderheid vereist voor besluiten inzake aangelegenheden van inhoudelijke aard. 23. Bij de uitvoering van haar taken uit hoofde van het zesentwintigste lid, letter k, neemt de Conferentie het besluit om een Staat aan de lijst van Staten opgenomen in Bijlage 1 bij dit Verdrag toe te voegen, in overeenstemming met de in het tweeëntwintigste lid genoemde procedure voor besluiten over inhoudelijke zaken. Onverminderd het bepaalde in het tweeëntwintigste lid, neemt de Conferentie besluiten ten aanzien van andere aanpassingen van Bijlage 1 bij dit Verdrag bij consensus. 24. De Conferentie is het belangrijkste orgaan van de Organisatie. De Conferentie bestudeert alle kwesties, aangelegenheden of onderwerpen binnen de werkingssfeer van dit Verdrag, met inbegrip van die welke betrekking hebben op de bevoegdheden en taken van de Uitvoerende Raad en het Technisch Secretariaat, in overeenstemming met dit Verdrag. De Conferentie kan aanbevelingen doen en besluiten nemen ten aanzien van alle kwesties, aangelegenheden of onderwerpen binnen de werkingssfeer van dit Verdrag die naar voren worden gebracht door een Staat die Partij is of onder haar aandacht worden gebracht door De Uitvoerende Raad. 25. De Conferentie ziet toe op de toepassing en inventariseert de naleving van dit Verdrag en bevordert de verwezenlijking van het voorwerp en het doel ervan. De Conferentie houdt eveneens toezicht op de werkzaamheden van de Uitvoerende Raad en het Technisch Secretariaat en kan richtlijnen uitvaardigen naar elk van hen voor de uitvoering van hun taken. 26. De Conferentie: Draagt zorg voor de bestudering en aanneming van het verslag van de Organisatie betreffende de uitvoering van dit Verdrag en van het jaarlijkse programma en de begroting van de Organisatie, ingediend door de Uitvoerende Raad, alsmede voor de bestudering van andere verslagen; Besluit over de verdeelsleutel van de financiële bijdragen die de Staten die Partij zijn overeenkomstig het negende lid moeten betalen; Kiest de leden van de Uitvoerende Raad; Benoemt de Directeur-Generaal van het Technisch Secretariaat (hierna te noemen „de Directeur-Generaal”); Draagt zorg voor de bestudering en goedkeuring van de procedureregels van de Uitvoerende Raad dat door deze Raad aan de Conferentie wordt voorgelegd; Draagt zorg voor de bestudering en beoordeling van de wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen die de werking van dit Verdrag zouden kunnen beïnvloeden. In dit verband kan de Conferentie de Directeur-Generaal opdracht geven een Wetenschappelijke Adviesraad in te stellen om hem of haar, bij de uitoefening van zijn of haar taken, in staat te stellen gespecialiseerde adviezen uit te brengen op voor dit Verdrag relevante wetenschappelijke en technologische gebieden aan de Conferentie, de Uitvoerende Raad of aan de Staten die Partij zijn. Indien zulks geschiedt, wordt de Wetenschappelijke Adviesraad samengesteld uit onafhankelijke deskundigen die hun functie op persoonlijke titel vervullen en, overeenkomstig de door de Conferentie aangenomen regels, worden benoemd op basis van hun expertise en ervaring op specifieke wetenschappelijke gebieden die relevant zijn voor de toepassing van dit Verdrag; Treft de nodige maatregelen om toe te zien op de naleving van dit Verdrag en om situaties die in strijd zijn met de bepalingen van dit Verdrag recht te zetten en te verhelpen overeenkomstig artikel V; Draagt tijdens de Eerste Vergadering van de Conferentie zorg voor de bestudering en goedkeuring van ontwerp-overeenkomsten, regelingen, bepalingen, procedures, handleidingen, richtlijnen en andere door de Voorbereidende Commissie opgestelde en aanbevolen documenten; Draagt zorg voor de bestudering en goedkeuring van overeenkomsten of regelingen die door het Technisch Secretariaat met de Staten die Partij zijn, andere staten en internationale organisaties zijn uitonderhandeld en die namens de Organisatie in overeenstemming met het achtendertigste lid, letter h, door de Uitvoerende Raad moeten worden gesloten c.q. getroffen; Draagt zorg voor de oprichting van de subsidiaire organen die zij nodig acht voor de uitoefening van haar taken overeenkomstig dit Verdrag; en Werkt, waar nodig, Bijlage I bij dit Verdrag bij, overeenkomstig het drieëntwintigste lid. 27. De Uitvoerende Raad bestaat uit 51 leden. Elke Staat die Partij is heeft het recht, overeenkomstig de bepalingen van dit artikel, zitting te hebben in de Uitvoerende Raad. 28. Rekening houdend met de behoefte aan een billijke geografische verdeling, omvat de Uitvoerende Raad: Tien Staten die Partij zijn uit Afrika; Zeven Staten die Partij zijn uit Oost-Europa; Negen Staten die Partij zijn uit Latijns-Amerika en het Caribisch Gebied; Zeven Staten die Partij zijn uit het Midden-Oosten en Zuid-Azië; Tien Staten die Partij zijn uit Noord-Amerika en West-Europa; en Acht Staten die Partij zijn uit Zuid-Oost-Azië, uit de regio Stille Oceaan en het Verre Oosten. Alle Staten in elk van de bovengenoemde geografische regio’s zijn opgenomen in Bijlage 1 bij dit Verdrag. Bijlage 1 bij dit Verdrag wordt, zo nodig, bijgewerkt door de Conferentie overeenkomstig het drieëntwintigste en zesentwintigste lid, letter k. De Bijlage kan niet worden aangepast of gewijzigd uit hoofde van de procedures genoemd in artikel VII. 29. De Leden van de Uitvoerende Raad worden gekozen door de Conferentie. In dit verband wijst elke geografische regio op de volgende wijze Staten die Partij zijn aan uit de desbetreffende regio, ter verkiezing als Leden van de Uitvoerende Raad: Ten minste een derde van de aan elke geografische regio toegewezen zetels worden bezet, rekening houdend met politieke en veiligheidsbelangen, door Staten die Partij zijn in die regio aangewezen op basis van de nucleaire capaciteiten die voor het Verdrag van belang zijn, zoals wordt vastgesteld op grond van internationale gegevens alsmede de volgende criteria, in de volgorde van belangrijkheid die door elke regio wordt bepaald: Aantal controle-inrichtingen van het Internationaal Toezichtsysteem; Expertise en ervaring in controletechniek; en Bijdrage aan de jaarlijkse begroting van de Organisatie; Eén van de aan elke geografische regio toegewezen zetels wordt bij toerbeurt bezet door de eerste Staat die Partij is in Engelse alfabetische volgorde van de Staten die Partij zijn in de desbetreffende regio die gedurende de langste tijdspanne geen leden zijn geweest van de Uitvoerende Raad sinds zij Staten die Partij zijn, zijn geworden of sinds hun laatste zittingstermijn, naar gelang van welke termijn korter is. Een Staat die Partij is die op deze basis is aangewezen kan besluiten afstand te doen van zijn zetel. Indien zulks het geval is, legt de desbetreffende Staat die Partij is de Directeur-Generaal een akte van afstand voor, en wordt de zetel bezet door de eerstvolgende Staat die Partij is in de in deze letter genoemde volgorde; en De resterende zetels die aan elke geografische regio worden toegekend, worden bezet door Staten die Partij zijn die door middel van toerbeurt of verkiezingen in de desbetreffende regio worden aangewezen onder alle Staten die Partij zijn. 30. Elk lid van de Uitvoerende Raad heeft één vertegenwoordiger in de Uitvoerende Raad, die kan worden vergezeld van plaatsvervangers en adviseurs. 31. Elk lid van de Uitvoerende Raad blijft in functie vanaf het einde van de vergadering van de Conferentie gedurende welke het genoemde lid is gekozen tot aan het einde van de tweede gewone jaarlijkse vergadering van de Conferentie daarop volgend, behalve dat bij de eerste verkiezing van de Uitvoerende Raad, 26 leden worden gekozen die in functie blijven tot het einde van de derde gewone vergadering van de Conferentie, waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met de vastgestelde getalsverhoudingen zoals omschreven in het achtentwintigste lid. 32. De Uitvoerende Raad stelt zijn procedureregels vast en legt deze ter goedkeuring voor aan de Conferentie. 33. De Uitvoerende Raad kiest zijn Voorzitter uit zijn leden. 34. De Uitvoerende Raad komt in gewone vergaderingen bijeen. Tussen de gewone vergaderingen in komt de Raad zo vaak bijeen als nodig is voor de uitoefening van zijn bevoegdheden en taken. 35. Elk lid van de Uitvoerende Raad heeft één stem. 36. Inzake aangelegenheden van procedurele aard neemt de Uitvoerende Raad besluiten bij meerderheid van al zijn leden. Inzake aangelegenheden van inhoudelijke aard neemt de Raad besluiten met een meerderheid van twee derde van al zijn leden, tenzij in dit Verdrag anders is bepaald. Wanneer de vraag rijst of een aangelegenheid al dan niet van inhoudelijke aard is, wordt die zaak behandeld als een aangelegenheid van inhoudelijke aard, tenzij anders wordt beslist met de meerderheid vereist voor besluiten inzake aangelegenheden van inhoudelijke aard. 37. De Uitvoerende Raad is het uitvoerend orgaan van de Organisatie. De Raad is verantwoording verschuldigd aan de Conferentie. De Raad oefent de bevoegdheden en taken uit die hem uit hoofde van dit Verdrag zijn opgedragen. Hierbij handelt de Raad in overeenstemming met de aanbevelingen, besluiten en richtlijnen van de Conferentie en ziet hij erop toe dat de goede en voortdurende toepassing daarvan plaatsvindt. 38. De uitvoerende Raad: Bevordert de effectieve toepassing en naleving van dit Verdrag; Houdt toezicht op de werkzaamheden van het Technisch Secretariaat; Doet de nodige aanbevelingen aan de Conferentie ter bestudering van verdere voorstellen ter bevordering van het voorwerp en doel van dit Verdrag; Werkt samen met de Nationale Autoriteit van elke Staat die Partij is; Bestudeert en legt aan de Conferentie voor het ontwerp van het jaarlijkse programma en de begroting van de Organisatie, het ontwerp-rapport van de Organisatie inzake de uitvoering van dit Verdrag, het rapport inzake de resultaten van zijn eigen activiteiten alsmede van alle overige rapporten die de Uitvoerende Raad nodig acht of waartoe de Conferentie verzoekt; Treft regelingen voor de vergaderingen van de Conferentie, met inbegrip van de opstelling van de ontwerp-agenda; Bestudeert voorstellen tot wijziging betreffende administratieve of technische aangelegenheden, van het Protocol of van de Bijlagen daarbij, overeenkomstig artikel VII, en doet aanbevelingen voor de Staten die Partij zijn met betrekking tot de aanneming hiervan; Sluit overeenkomsten of treft regelingen, na voorafgaande goedkeuring door de Conferentie, met de Staten die Partij zijn, andere staten en internationale organisaties namens de Organisatie, en houdt toezicht op de toepassing daarvan, met uitzondering van overeenkomsten of regelingen genoemd in letter i; Draagt zorg voor de goedkeuring van en het toezicht op de werking van overeenkomsten of regelingen met de Staten die Partij zijn en andere staten met betrekking tot de uitvoering van verificatie-activiteiten; en Draagt zorg voor de goedkeuring van nieuwe handleidingen en wijzigingen van bestaande handleidingen die eventueel worden voorgesteld door het Technisch Secretariaat. 39. De Uitvoerende Raad kan om een buitengewone vergadering van de Conferentie verzoeken. 40. De Uitvoerende Raad: Vergemakkelijkt de samenwerking tussen de Staten die Partij zijn onderling en tussen de Staten die Partij zijn en het Technisch Secretariaat, met betrekking tot de toepassing van dit Verdrag, door middel van uitwisselingen van informatie; Bevordert overleg en opheldering tussen de Staten die Partij zijn onderling overeenkomstig artikel IV; en Ontvangt, bestudeert en onderneemt actie op verzoeken inzake en rapporten over inspecties ter plaatse, overeenkomstig artikel IV. 41. De Uitvoerende Raad bestudeert elke uiting van bezorgdheid van een Staat die Partij is omtrent een mogelijke niet-naleving van dit Verdrag en misbruik van de door dit Verdrag in het leven geroepen rechten. Hierbij pleegt de Uitvoerende Raad overleg met de betrokken Staten die Partij zijn en, waar nodig, verzoekt hij een Staat die Partij is maatregelen te treffen om de situatie binnen een aangegeven tijd te herstellen. Voor zover de Uitvoerende Raad verdere maatregelen nodig acht, neemt hij, onder andere, een of meer van de volgende maatregelen: hij brengt het onderwerp of de aangelegenheid ter kennis van alle Staten die Partij zijn; hij brengt het onderwerp of de aangelegenheid onder de aandacht van de Conferentie; hij doet de Conferentie aanbevelingen of, onderneemt waar nodig, actie, betreffende maatregelen om de situatie te herstellen en naleving te waarborgen in overeenstemming met artikel V. 42. Het Technisch Secretariaat staat de Staten die Partij zijn bij in de toepassing van dit Verdrag. Het Technisch Secretariaat staat de Conferentie en de Uitvoerende Raad bij in de uitoefening van hun taken. Het Technisch Secretariaat draagt zorg voor de hem ingevolge dit Verdrag opgedragen verificaties en andere taken, alsook de taken die door de Conferentie of de Uitvoerende Raad in overeenstemming met dit Verdrag aan hem zijn overgedragen. Het Technisch Secretariaat omvat, als een integrerend deel, het Internationaal Datacentrum. 43. De taken van het Technisch Secretariaat met betrekking tot de controle op de naleving van dit Verdrag, omvatten, ingevolge artikel IV en het Protocol, onder andere: Het verantwoordelijk zijn voor het toezicht op en de coördinatie van de werking van het Internationaal Toezichtsysteem; Het exploiteren van het Internationaal Datacentrum; Het routinematig ontvangen, verwerken, analyseren en rapporteren van gegevens van het Internationaal Toezichtsysteem; Het bieden van technische bijstand aan, en ondersteuning van, de installatie en exploitatie van controlestations; Het bijstaan van de Uitvoerende Raad bij het vergemakkelijken van overleg en opheldering tussen Staten die Partij zijn onderling; Het ontvangen van verzoeken voor inspecties ter plaatse en deze verwerken, het vergemakkelijken van de bestudering van deze verzoeken door de Uitvoerende Raad, het treffen van voorbereidingen voor en het leveren van technische ondersteuning tijdens de uitvoering van inspecties ter plaatse, en het uitbrengen van verslagen aan de Uitvoerende Raad; Het voeren van onderhandelingen over overeenkomsten of regelingen met de Staten die Partij zijn, overige staten en internationale organisaties en het sluiten c.q. treffen, na voorafgaande goedkeuring door de Uitvoerende Raad, van dergelijke overeenkomsten of regelingen die betrekking hebben op verificatie-activiteiten met de Staten die Partij zijn of andere staten; en Het bijstaan van de Staten die Partij zijn, via hun nationale autoriteiten, bij andere verificatiekwesties uit hoofde van dit Verdrag. 44. Behoudens goedkeuring door de Uitvoerende Raad, ontwikkelt en onderhoudt het Technisch Secretariaat exploitatiehandleidingen om richting te geven aan de uitvoering van de diverse onderdelen van het verificatiestelsel, in overeenstemming met artikel IV en met het Protocol. Deze handleidingen vormen geen integrerend deel van dit Verdrag of het Protocol en kunnen, behoudens goedkeuring door de Uitvoerende Raad, door het Technisch Secretariaat worden gewijzigd. Het Technisch Secretariaat stelt onverwijld de Staten die Partij zijn in kennis van veranderingen in de exploitatiehandleidingen. 45. De taken van het Technisch Secretariaat betreffende administratieve aangelegenheden omvatten: Het opstellen en aan de Uitvoerende Raad voorleggen van het ontwerp-programma en de ontwerp-begroting van de Organisatie; Het opstellen en aan de Uitvoerende Raad voorleggen van het ontwerp-rapport van de Organisatie betreffende de uitvoering van dit Verdrag en de andere rapporten waar de Conferentie of de Uitvoerende raad om verzoekt; Het bieden van administratieve en technische ondersteuning aan de Conferentie, de Uitvoerende Raad en aan andere subsidiaire organen; Het verzenden en ontvangen van mededelingen namens de Organisatie betreffende de toepassing van dit Verdrag; en Het uitvoeren van de administratieve taken betreffende overeenkomsten tussen de Organisatie en andere internationale organisaties. 46. Alle verzoeken en kennisgevingen door Staten die Partij zijn aan de Organisatie worden via hun nationale autoriteiten doorgezonden naar de Directeur-Generaal. Verzoeken en kennisgevingen worden gesteld in één van de officiële talen van dit Verdrag. In het antwoord gebruikt de Directeur-Generaal de taal waarin het verzoek of de kennisgeving is gesteld. 47. Ten aanzien van de taken van het Technisch Secretariaat inzake het opstellen en voorleggen aan de Uitvoerende Raad van het ontwerp-programma en de ontwerp-begroting van de Organisatie, stelt het Technisch Secretariaat een duidelijke boekhouding vast en houdt deze bij, voor alle kosten betreffende elke inrichting die als onderdeel van het Internationaal Toezichtsysteem wordt gecreëerd. Aan alle andere werkzaamheden van de Organisatie wordt een gelijksoortige behandeling toegekend als die welke geldt ten aanzien van het ontwerp-programma en de ontwerp-begroting. 48. Het Technisch Secretariaat stelt de Uitvoerende Raad onverwijld in kennis van eventuele problemen die zich voordoen bij de vervulling van zijn taken en die hem ter kennis zijn gekomen tijdens de uitvoering van zijn activiteiten, en die het niet heeft kunnen oplossen door middel van overleg met de desbetreffende Staat die Partij is. 49. Het Technisch Secretariaat bestaat uit een Directeur-Generaal, die het hoofd en de hoogste bestuursfunctionaris is, en het vereiste wetenschappelijke, technische en overige personeel. De Directeur-Generaal wordt op aanbeveling van de Uitvoerende Raad door de Conferentie benoemd voor een termijn van vier jaar; deze termijn kan slechts eenmaal worden verlengd. De eerste Directeur-Generaal wordt op aanbeveling van de Voorbereidende Commissie benoemd door de Conferentie tijdens de Eerste Vergadering. 50. De Directeur-Generaal is verantwoording verschuldigd tegenover de Conferentie en de Uitvoerende Raad voor de aanstelling van het personeel en voor de organisatie en het functioneren van het Technisch Secretariaat. De belangrijkste overweging bij de werving van personeel en bij de vaststelling van de arbeidsvoorwaarden is de noodzaak te waarborgen dat aan de hoogste normen voor professionele expertise, ervaring, efficiëntie, bekwaamheid en integriteit wordt voldaan. Alleen onderdanen van Staten die Partij zijn kunnen een functie bekleden als Directeur-Generaal, inspecteur of lid van het technische/wetenschappelijke en administratieve personeel. Er dient naar behoren aandacht te worden besteed aan het belang van een zo ruim mogelijke geografische spreiding bij de werving van personeel. Het leidende beginsel bij de werving van personeel is het principe dat het personeelsbestand dient te worden beperkt tot het minimum dat noodzakelijk is voor de goede uitvoering van de taken van het Technisch Secretariaat. 51. De Directeur-Generaal kan, waar nodig, na overleg met de Uitvoerende Raad, tijdelijke werkgroepen instellen bestaande uit wetenschappelijke deskundigen die aanbevelingen over specifieke kwesties kunnen uitbrengen. 52. Bij de uitoefening van hun taken vragen noch ontvangen de Directeur-Generaal, de inspecteurs, de inspectie-assistenten en de personeelsleden instructies van een Regering of van andere instanties buiten de Organisatie. Zij onthouden zich van elk optreden dat afbreuk zou kunnen doen aan hun positie als internationale ambtenaren die alleen verantwoording verschuldigd zijn aan de Organisatie. De Directeur-Generaal is verantwoordelijk voor de activiteiten van een inspectieteam. 53. Elke Staat die Partij is eerbiedigt de uitsluitend internationale aard van de verantwoordelijkheden van de Directeur-Generaal, de inspecteurs, de inspectie-assistenten en de personeelsleden en zal niet trachten hen te beïnvloeden bij de uitoefening van hun taken. 54. De Organisatie geniet op het grondgebied en op alle andere plaatsen die onder de rechtsmacht of het toezicht van een Staat die Partij is vallen de rechtsbevoegdheid en de voorrechten en immuniteiten die vereist zijn voor de uitoefening van haar taken. 55. De afgevaardigden van Staten die Partij zijn, alsmede hun plaatsvervangers en adviseurs, de vertegenwoordigers van leden van de Uitvoerende Raad, alsmede hun plaatsvervangers en hun adviseurs, de Directeur-Generaal, de inspecteurs, de inspectie-assistenten en de personeelsleden van de Organisatie genieten de voorrechten en immuniteiten die vereist zijn voor de onafhankelijke uitoefening van hun taken in verband met de Organisatie. 56. De in dit artikel bedoelde rechtsbevoegdheid, de voorrechten en de immuniteiten worden omschreven in overeenkomsten tussen de Organisatie en de Staten die Partij zijn alsmede in een overeenkomst tussen de Organisatie en de Staat waar de Organisatie haar zetel heeft. Genoemde overeenkomsten worden overeenkomstig lid 26, letters h en i, bestudeerd en goedgekeurd. 57. Onverminderd het bepaalde in het vierenvijftigste en vijfenvijftigste lid, genieten de Directeur-Generaal, de inspecteurs, de inspectie-assistenten en de personeelsleden van het Technisch Secretariaat bij het verrichten van verificatie-activiteiten de voorrechten en immuniteiten die zijn vervat in het Protocol.

Rechtspraak bij dit artikel