**1.** Teneinde de naleving van dit Verdrag te controleren, wordt een verificatiestelsel in het leven geroepen, dat is opgebouwd uit de volgende elementen:
Een Internationaal Toezichtsysteem;
Overleg en opheldering;
Inspecties ter plaatse; en
Vertrouwenbevorderende maatregelen.
Bij de inwerkingtreding van dit Verdrag is het verificatiestelsel in staat de ingevolge dit Verdrag vereiste verificatietaken uit te voeren.
**2.** De verificatie-activiteiten moeten gebaseerd zijn op objectieve informatie, moeten beperkt blijven tot het onderwerp van dit Verdrag en moeten worden uitgevoerd op basis van de volledige eerbiediging van de soevereiniteit van de Staten die Partij zijn en op de minst indringende wijze mogelijk die verenigbaar is met de doeltreffende en tijdige verwezenlijking van de doelstellingen ervan. Elke Staat die Partij is onthoudt zich van misbruik van het recht op verificatie.
**3.** Elke Staat die Partij is verplicht zich ertoe, overeenkomstig dit Verdrag, via de ingevolge artikel III, vierde lid, opgerichte Nationale Autoriteit, samen te werken met de Organisatie en met de andere Staten die Partij zijn ter vergemakkelijking van de verificatie van de naleving van dit Verdrag, onder andere door:
Het creëren van de nodige inrichtingen om te kunnen deelnemen aan genoemde verificatie-activiteiten en het tot stand brengen van de nodige communicatie;
Het aanleveren van gegevens afkomstig van nationale stations die deel uitmaken van het Internationaal Toezichtsysteem;
Het participeren, waar nodig, in de overleg- en ophelderingsprocedures;
Het toestaan van inspecties ter plaatse; en
Het participeren, waar nodig, in de vertrouwenbevorderende maatregelen.
**4.** Alle Staten die Partij zijn, ongeacht hun technische en financiële capaciteiten, hebben evenveel recht verificaties te verrichten en zijn in dezelfde mate verplicht verificaties toe te staan.
**5.** Voor de toepassing van dit Verdrag wordt geen enkele Staat die Partij is belet informatie die via nationale technische verificatiemiddelen is verkregen, te gebruiken op een wijze die in overeenstemming is met de algemeen erkende beginselen van internationaal recht, met inbegrip van het beginsel van de eerbiediging van de soevereiniteit van Staten.
**6.** Niettegenstaande het recht van de Staten die Partij zijn gevoelige installaties, activiteiten of locaties die geen verband houden met dit Verdrag, te beschermen, mogen Staten die Partij zijn de elementen van het verificatiestelsel van dit Verdrag of de nationale technische verificatiemiddelen die overeenkomstig het vijfde lid worden aangewend, niet hinderen.
**7.** Elke Staat die Partij is heeft het recht maatregelen te nemen om de gevoelige installaties te beschermen en de bekendmaking van vertrouwelijke informatie en gegevens die geen betrekking hebben op dit Verdrag, te voorkomen.
**8.** Voorts worden alle nodige maatregelen genomen om de vertrouwelijkheid van informatie te beschermen die betrekking heeft op civiele en militaire activiteiten en inrichtingen en die is verkregen gedurende de verificatie-activiteiten.
**9.** Onverminderd het bepaalde in het achtste lid, wordt informatie die door de Organisatie wordt verkregen ingevolge het bij dit Verdrag gecreëerde verificatiestelsel beschikbaar gesteld aan alle Staten die Partij zijn overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van dit Verdrag en het Protocol.
**10.** De bepalingen van dit Verdrag worden niet zodanig uitgelegd dat daardoor de internationale uitwisseling van gegevens voor wetenschappelijke doeleinden wordt beperkt.
**11.** Elke Staat die Partij is verbindt zich ertoe samen te werken met de Organisatie en met de andere Staten die Partij zijn bij de verbetering van het verificatiestelsel, alsmede bij het bestuderen van de verificatiemogelijkheden van aanvullende controletechnieken zoals de detectie van elektromagnetische pulsen of toezicht via satellieten, met het oog op de ontwikkeling van, waar nodig, specifieke maatregelen ter verbetering van de doeltreffendheid en de kosteneffectiviteit van de verificatie ingevolge dit Verdrag. Deze maatregelen worden, wanneer daarover overeenstemming wordt bereikt, opgenomen in de bepalingen van dit Verdrag, het Protocol of als aanvullende afdelingen van het Protocol, in overeenstemming met artikel VII, of worden, indien van toepassing, weergegeven in de handleidingen, overeenkomstig artikel II, vierenveertigste lid.
**12.** De Staten die Partij zijn verbinden zich ertoe de onderlinge samenwerking te bevorderen voor de vergemakkelijking van en de deelname aan een zo volledig mogelijke uitwisseling betreffende technologieën die worden gebruikt bij de controle van de naleving van dit Verdrag om alle Staten die Partij zijn in staat te stellen hun nationale uitvoering van verificatiemaatregelen kracht bij te zetten en van de toepassing van deze technologieën gebruik te kunnen maken voor vreedzame doeleinden.
**13.** De bepalingen van dit Verdrag worden zodanig toegepast dat hierdoor de economische en technologische ontwikkeling van de Staten die Partij zijn ten behoeve van de verdere ontwikkeling van de toepassing van kernenergie voor vreedzame doeleinden niet wordt gehinderd.
**14.** Bij de uitvoering van de in dit Verdrag en het Protocol genoemde verificatietaken draagt het Technisch Secretariaat, in samenwerking met de Staten die Partij zijn, ten behoeve van dit Verdrag, zorg voor:
Het maken van afspraken voor het ontvangen en verspreiden van gegevens en verslagen betreffende de controle van de toepassing van dit Verdrag, in overeenstemming met de bepalingen hiervan, en voor het onderhouden van een op deze taak toegesneden internationale communicatie-infrastructuur;
Als onderdeel van de reguliere werkzaamheden, via het Internationaal Datacentrum, dat in beginsel het centrum binnen het Technisch Secretariaat is voor de opslag en verwerking van gegevens:
Het ontvangen en voorleggen van aanvragen voor gegevens uit het Internationaal Toezichtsysteem;
Het ontvangen, waar gepast, van gegevens voortkomende uit het overleg- en ophelderingsproces, uit inspecties ter plaatse alsmede uit de vertrouwenbevorderende maatregelen; en
Het ontvangen van andere relevante gegevens van Staten die Partij zijn en internationale organisaties overeenkomstig dit Verdrag en het Protocol;
Het superviseren, coördineren en zorg dragen voor de werking van het Internationaal Toezichtsysteem en de samenstellende delen daarvan, en van het Internationaal Datacentrum, in overeenstemming met de desbetreffende handleidingen;
Het routinematig verwerken en analyseren van en verslag uitbrengen over gegevens uit het Internationaal Toezichtsysteem volgens overeengekomen procedures om effectieve internationale controle van de toepassing van dit Verdrag mogelijk te maken en bij te dragen aan het tijdig wegnemen van de zorgen over de naleving van dit Verdrag;
Het beschikbaar stellen van alle gegevens, zowel verwerkt als onverwerkt, en verslagen aan alle Staten die Partij zijn, waarbij elke Staat die Partij is de verantwoordelijkheid draagt voor het gebruik van de gegevens van het Internationaal Toezichtsysteem, in overeenstemming met artikel II, zevende lid, en met het achtste en dertiende lid van dit artikel;
Het geven, op voet van gelijkheid, van een vrije, eenvoudige en tijdige toegang tot alle opgeslagen gegevens;
Het opslaan van alle gegevens, zowel verwerkt als onverwerkt, en verslagen;
Het coördineren en vergemakkelijken van verzoeken tot aanvullende gegevens uit het Internationaal Toezichtsysteem;
Het coördineren van verzoeken tot aanvullende gegevens van de ene Staat die Partij is aan de andere;
Het geven van technische bijstand en ondersteuning bij de installatie en werking van controle-inrichtingen en de overeenkomstige communicatiemiddelen, indien om deze bijstand en ondersteuning wordt verzocht door de desbetreffende Staat;
Het op verzoek beschikbaar stellen aan elke Staat die Partij is van technieken die door het Technisch Secretariaat en het Internationaal Datacentrum worden gebruikt bij het verzamelen, opslaan, verwerken, analyseren en rapporteren van gegevens uit het verificatiestelsel; en
Het controleren, beoordelen en rapporteren van de globale prestaties van het Internationaal Toezichtsysteem en het Internationaal Datacentrum.
**15.** De overeengekomen procedures die door het Technisch Secretariaat moeten worden gevolgd bij de uitvoering van zijn verificatietaken zoals genoemd in het veertiende lid en nauwkeurig omschreven in het Protocol, worden uitgewerkt in de desbetreffende handleidingen.
**16.** Het Internationaal Toezichtsysteem omvat inrichtingen voor seismologische metingen, voor metingen van radionucliden, met inbegrip van gecertificeerde laboratoria, hydro-akoestische metingen, infra-geluidmetingen en overeenkomstige communicatiemiddelen, en wordt ondersteund door het Internationaal Datacentrum van het Technisch Secretariaat.
**17.** Het Internationaal Toezichtsysteem wordt geplaatst onder het gezag van het Technisch Secretariaat. Alle controle-inrichtingen van het Internationaal Toezichtsysteem zijn eigendom van en worden geëxploiteerd door de Staten die als gastheer optreden of, overeenkomstig het Protocol, anderszins verantwoordelijk zijn voor deze inrichtingen.
**18.** Elke Staat die Partij is heeft het recht deel te nemen aan de internationale uitwisseling van gegevens en toegang te verkrijgen tot alle aan het Internationaal Datacentrum beschikbaar gestelde gegevens. Elke Staat die Partij is werkt met het Internationaal Datacentrum samen via zijn Nationale Autoriteit.
**19.** Ten behoeve van de inrichtingen van het Internationaal Toezichtsysteem die zijn aangegeven in de tabellen 1-A, 2-A, 3 en 4 van Bijlage 1 bij het Protocol, en voor de werking hiervan, voor zover deze inrichtingen zijn overeengekomen door de desbetreffende Staat en de Organisatie voor het verstrekken van gegevens aan het Internationaal Datacentrum in overeenstemming met de technische vereisten van het Protocol en de desbetreffende handleidingen, draagt de Organisatie, zoals bepaald in overeenkomsten of regelingen ingevolge het vierde lid van Deel I van het Protocol, de kosten van de volgende activiteiten:
Het creëren van nieuwe inrichtingen en het verbeteren van de bestaande inrichtingen, tenzij de Staat die verantwoordelijk is voor die inrichtingen, deze kosten zelf draagt;
Het exploiteren en onderhouden van inrichtingen ten behoeve van het Internationaal Toezichtsysteem, met inbegrip van de eventuele fysieke beveiliging van inrichtingen, en het toepassen van overeengekomen procedures voor het waarmerken van gegevens;
Het verzenden van gegevens van het Internationaal Toezichtsysteem (verwerkt of onverwerkt) aan het Internationaal Datacentrum door middel van de meest directe en kosteneffectieve middelen die beschikbaar zijn, met inbegrip van, indien nodig via geschikte communicatieknooppunten, van gegevens van meetstations, laboratoria, analyse-inrichtingen of van nationale gegevenscentra; of het verzenden van deze gegevens (eventueel met inbegrip van monsters) van meetstations naar laboratoria en analyse-inrichtingen; en
Het analyseren van monsters namens de Organisatie.
**20.** Ten behoeve van de seismische stations van het aanvullende netwerk zoals aangegeven in tabel 1-B van Bijlage 1 bij het Protocol, draagt de Organisatie, zoals bepaald in overeenkomsten of regelingen ingevolge het vierde lid van Deel I van het Protocol, slechts de kosten van de volgende activiteiten:
Het verzenden van gegevens aan het Internationaal Datacentrum;
Het waarmerken van de gegevens afkomstig van genoemde stations;
Het moderniseren van de stations zodat deze voldoen aan de vereiste technische normen, tenzij de Staat die verantwoordelijk is voor deze inrichtingen, deze kosten zelf draagt;
Indien nodig het opzetten van nieuwe stations ten behoeve van dit Verdrag daar waar nog geen geschikte inrichtingen zijn, tenzij de Staat die voor deze inrichtingen verantwoordelijk is, deze kosten zelf draagt; en
Alle andere kosten die betrekking hebben op het verstrekken van door de Organisatie gevraagde gegevens zoals weergegeven in de desbetreffende handleidingen.
**21.** De Organisatie draagt eveneens de kosten voor de levering aan elke Staat die Partij is van de door hem verzochte verslagen en diensten uit het standaardpakket van het Internationaal Datacentrum, overeenkomstig Afdeling F van het Deel I van het Protocol. De voorbereidings- en verzendkosten van aanvullende gegevens of resultaten worden gedragen door de verzoekende Staat die Partij is.
**22.** De overeenkomsten c.q. regelingen tussen Staten die Partij zijn of Staten die gastheer zijn of die anderszins verantwoordelijk zijn voor inrichtingen van het Internationaal Toezichtsysteem, bevatten bepalingen omtrent het dragen van deze kosten. Dergelijke bepalingen kunnen regelingen bevatten waarbij een Staat die Partij is ongeacht welk deel van de kosten bedoeld in het negentiende lid, letter a, en het twintigste lid, letters c en d, draagt ten aanzien van de inrichtingen waarvan hij gastheer is of waarvoor hij verantwoordelijk is, in ruil voor een passende reductie van zijn verschuldigde financiële bijdrage aan de Organisatie. Een dergelijke reductie kan niet hoger zijn dan de helft van de jaarlijks verschuldigde bijdrage van een Staat die Partij is, maar mag over meerdere opeenvolgende jaren worden gespreid. Een Staat die Partij is kan een dergelijke reductie delen met een andere Staat die Partij is door middel van een onderlinge overeenkomst of regeling en met de instemming van de Uitvoerende Raad. De in dit lid genoemde overeenkomsten of regelingen worden goedgekeurd in overeenstemming met artikel II, zesentwintigste lid, letter h, en achtendertigste lid, letter i.
**23.** Maatregelen bedoeld in het elfde lid die gevolgen hebben voor het Internationaal Toezichtsysteem in de vorm van een toevoeging of weglating van een controletechniek, worden, wanneer deze maatregelen zijn overeengekomen, in dit Verdrag en het Protocol opgenomen, overeenkomstig artikel VII, eerste tot en met zesde lid.
**24.** Behoudens de goedkeuring van de rechtstreeks betrokken Staten, worden de volgende wijzigingen van het Internationaal Toezichtsysteem beschouwd als aangelegenheden van administratieve of technische aard ingevolge artikel VII, zevende en achtste lid:
Wijziging van het aantal inrichtingen voor een bepaalde controletechniek, zoals aangegeven in het Protocol; en
Wijziging van andere details voor specifieke inrichtingen zoals weergegeven in de tabellen in Bijlage 1 bij het Protocol (met inbegrip van, onder andere, de Staat die verantwoordelijk is voor de inrichting, de locatie, de naam of de soort inrichting en de toewijzing van een inrichting aan het seismische hoofdnetwerk of het aanvullende netwerk).
Indien de Uitvoerende Raad ingevolge artikel VII, achtste lid, letter d, aanbeveelt dat dergelijke wijzigingen worden aangenomen, beveelt hij, ingevolge artikel VII, achtste lid, letter g, in beginsel tevens aan dat genoemde wijzigingen in werking treden nadat de Directeur-Generaal kennisgeving van de goedkeuring daarvan heeft gedaan.
**25.** Ten aanzien van voorstellen gedaan ingevolge het vierentwintigste lid, doet de Directeur-Generaal aan de Uitvoerende Raad en de Staten die Partij zijn naast de informatie en evaluatie bedoeld in artikel VII, achtste lid, letter b, toekomen:
Een technische evaluatie van het voorstel;
Een verklaring betreffende de administratieve en financiële gevolgen van het voorstel; en
Een verslag betreffende het overleg met de rechtstreeks bij het voorstel betrokken Staten, waarin wordt aangegeven of zij hun instemming geven.
**26.** In geval van een ernstige of onherstelbare beschadiging van een controle-inrichting genoemd in de tabellen van Bijlage 1 bij het Protocol, of teneinde andere tijdelijke reducties van het gebied dat door controle-inrichtingen wordt bestreken op te vangen, treft de Directeur-Generaal, in overleg en in overeenstemming met de rechtstreeks betrokken Staten, en met de goedkeuring van de Uitvoerende Raad, tijdelijke regelingen van maximaal één jaar, die, indien nodig, met instemming van de Uitvoerende Raad en de direct betrokken Staten eenmaal met een jaar kunnen worden verlengd. Dergelijke regelingen mogen niet leiden tot een situatie waarin het aantal operationele inrichtingen van het Internationaal Toezichtsysteem het aantal inrichtingen overtreft dat is aangegeven voor het desbetreffende netwerk, moeten voor zover mogelijk voldoen aan de technische en operationele vereisten genoemd in de handleiding voor het desbetreffende netwerk en moeten worden uitgevoerd binnen de begroting van de Organisatie. De Directeur-Generaal neemt voorts de nodige stappen om de situatie te corrigeren en doet voorstellen om tot een permanente oplossing te komen. De Directeur-Generaal stelt alle Staten die Partij zijn in kennis van iedere ingevolge dit lid genomen beslissing.
**27.** Staten die Partij zijn mogen eveneens apart samenwerkingsregelingen treffen met de Organisatie om het Internationaal Datacentrum aanvullende gegevens beschikbaar te stellen van nationale meetstations die formeel geen onderdeel uitmaken van het Internationaal Toezichtsysteem.
**28.** Genoemde samenwerkingsregelingen kunnen als volgt worden opgesteld:
Op verzoek van een Staat die Partij is, en op kosten van die Staat, neemt het Technisch Secretariaat de nodige stappen om te garanderen dat een bepaalde controle-inrichting voldoet aan de technische en operationele eisen aangegeven in de desbetreffende handleidingen voor inrichtingen van het Internationaal Toezichtsysteem, en treft het regelingen voor de waarmerking van de hieruit voortkomende gegevens. Behoudens de toestemming van de Uitvoerende Raad, wijst het Technisch Secretariaat deze inrichting officieel aan als een samenwerkende nationale inrichting. Het Technisch Secretariaat neemt de vereiste maatregelen om, indien nodig, de certificering van de inrichting te herbevestigen;
Het Technisch Secretariaat houdt een actuele lijst bij van samenwerkende nationale inrichtingen en doet deze toekomen aan alle Staten die Partij zijn; en
Indien een Staat die Partij is hierom verzoekt, doet het Internationaal Datacentrum een beroep op gegevens afkomstig van samenwerkende nationale inrichtingen, ten behoeve van de vergemakkelijking van overleg- en ophelderingsactiviteiten en ter bestudering van verzoeken om inspecties ter plaatse; de kosten van het verzenden van gegevens worden gedragen door de desbetreffende Staat die Partij is.
De voorwaarden die gelden voor de beschikbaarstelling van aanvullende gegevens van genoemde inrichtingen, en voor verzoeken om verdere of versnelde toezending van gegevens of opheldering van het Internationaal Datacentrum, worden uiteengezet in de handleiding voor het desbetreffende controlenetwerk
**29.** Onverminderd het recht van elke Staat die Partij is verzoeken te doen om inspecties ter plaatse, zouden de Staten die Partij zijn, indien mogelijk, eerst al het mogelijke in het werk moeten stellen om onderling ofwel met of via de Organisatie alle kwesties op te helderen en op te lossen die reden geven tot zorg omtrent de mogelijke niet-nakoming van de basisverplichtingen ingevolge dit Verdrag.
**30.** Een Staat die Partij is die een verzoek ingevolge het negenentwintigste lid rechtstreeks van een andere Staat die Partij is ontvangt, doet de verzoekende Staat die Partij is de gevraagde opheldering zo spoedig mogelijk toekomen, maar in elk geval niet later dan 48 uur na het verzoek. De verzoekende en de aangezochte Staten die Partij zijn kunnen de Uitvoerende Raad en de Directeur-Generaal op de hoogte houden van het verzoek en het gevolg dat daaraan is gegeven.
**31.** Een Staat die Partij is heeft het recht de Directeur-Generaal te verzoeken hem bij te staan bij de opheldering van zaken die reden kunnen geven tot zorg omtrent de mogelijke niet-nakoming van de basisverplichtingen ingevolge dit Verdrag. De Directeur-Generaal verstrekt de relevante informatie die het Technisch Secretariaat ter zake bezit. Op verzoek van de verzoekende Staat die Partij is brengt de Directeur-Generaal de Uitvoerende Raad op de hoogte van het verzoek en van de informatie die ingevolge dat verzoek is verstrekt.
**32.** Een Staat die Partij is heeft het recht de Uitvoerende Raad te verzoeken om opheldering te verkrijgen van een andere Staat die Partij is ten aanzien van zaken die reden geven tot zorg omtrent de mogelijke niet-nakoming van de basisverplichtingen ingevolge dit Verdrag. In een dergelijk geval zijn de volgende bepalingen van toepassing:
De Uitvoerende Raad verzendt het verzoek om opheldering uiterlijk 24 uur na ontvangst naar de aangezochte Staat die Partij is via de Directeur-Generaal;
De aangezochte Staat die Partij is geeft de Uitvoerende Raad zo spoedig mogelijk opheldering, in elk geval uiterlijk 48 uur na ontvangst van het verzoek;
De Uitvoerende Raad neemt kennis van de opheldering en verzendt deze uiterlijk 24 uur na ontvangst naar de verzoekende Staat die Partij is;
Indien de verzoekende Staat die Partij is de opheldering onvoldoende acht, is hij bevoegd de Uitvoerende Raad te verzoeken om nadere opheldering door de aangezochte Staat die Partij is.
De Uitvoerende Raad stelt onverwijld alle andere Staten die Partij zijn op de hoogte van alle verzoeken om opheldering ingevolge dit lid, alsmede van het gevolg dat hieraan door de aangezochte Staat die Partij is is gegeven.
**33.** Indien de verzoekende Staat die Partij is oordeelt dat de ingevolge het tweeëndertigste lid, letter d, verkregen opheldering ontoereikend is, heeft hij het recht om een vergadering van de Uitvoerende Raad te verzoeken waaraan de betrokken Staten die Partij zijn die geen lid zijn van de Uitvoerende Raad deel mogen nemen. Bij een dergelijke vergadering bestudeert de Uitvoerende Raad de kwestie en kan hij elke maatregel overeenkomstig artikel V aanbevelen.
**34.** Elke Staat die Partij is heeft overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag en Deel II van het Protocol, het recht een verzoek in te dienen om inspectie ter plaatse op het grondgebied van een andere Staat die Partij is of op elke andere plaats onder diens rechtsmacht of toezicht, of in enig ander gebied dat onder de rechtsmacht of het toezicht van geen enkele Staat valt.
**35.** Het enige doel van een inspectie ter plaatse is opheldering te verschaffen ten aanzien van de vraag of er al dan niet een proefexplosie van een kernwapen of een andere kernexplosie is uitgevoerd in strijd met artikel I en, voor zover mogelijk, feiten te verzamelen die kunnen bijdragen tot de vaststelling van de identiteit van een mogelijke overtreder.
**36.** De verzoekende Staat die Partij is is verplicht het verzoek om inspectie ter plaatse binnen de reikwijdte van dit Verdrag te houden en bij het verzoek de in het zevenendertigste lid bedoelde informatie te verschaffen. De verzoekende Staat die Partij is onthoudt zich van het doen van ongegronde of oneigenlijke verzoeken om inspectie.
**37.** Het verzoek om inspectie ter plaatse is gebaseerd op de door het Internationaal Toezichtsysteem verzamelde informatie, op relevante technische informatie afkomstig van nationale technische verificatiemiddelen overeenkomstig de algemeen erkende beginselen van internationaal recht, of op een combinatie daarvan. Het verzoek bevat de informatie bedoeld in het eenenveertigste lid van Deel II van het Protocol.
**38.** De verzoekende Staat die Partij is legt het verzoek om inspectie ter plaatse voor aan de Uitvoerende Raad en tegelijkertijd aan de Directeur-Generaal zodat deze laatste er onmiddellijk gevolg aan kan gaan geven.
**39.** De Uitvoerende Raad vangt onmiddellijk na ontvangst van het verzoek om inspectie ter plaatse aan met de bestudering daarvan.
**40.** Na ontvangst van het verzoek om inspectie ter plaatse, bevestigt de Directeur-Generaal binnen twee uur de ontvangst van het verzoek aan de verzoekende Staat die Partij is en zendt dit verzoek binnen zes uur door naar de ter inspectie aangezochte Staat die Partij is. De Directeur-Generaal vergewist zichzelf ervan dat het verzoek voldoet aan de vereisten van het eenenveertigste lid van Deel II van het Protocol, en, indien nodig, helpt hij de verzoekende Staat die Partij is bij het naar behoren indienen van het verzoek, en zendt het verzoek binnen 24 uur door naar de Uitvoerende Raad en alle andere Staten die Partij zijn.
**41.** Wanneer het verzoek om inspectie ter plaatse voldoet aan de vereisten, vangt het Technisch Secretariaat zonder oponthoud aan met de voorbereidingen voor de inspectie ter plaatse.
**42.** Wanneer de Directeur-Generaal een verzoek om een inspectie ter plaatse ontvangt waarin wordt verwezen naar een inspectiegebied dat onder de rechtsmacht of het toezicht valt van een Staat die Partij is, vraagt hij de ter inspectie aangezochte Staat die Partij is onmiddellijk om opheldering teneinde de feiten op te helderen en de in het verzoek geuite zorg weg te nemen.
**43.** Een Staat die Partij is die een verzoek om opheldering ontvangt ingevolge het tweeënveertigste lid, doet de Directeur-Generaal zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk 72 uur na ontvangst van het verzoek om opheldering, uitleg en andere beschikbare relevante informatie toekomen.
**44.** Voordat de Uitvoerende Raad een besluit neemt ten aanzien van een verzoek om inspectie ter plaatse, zendt de Directeur-Generaal onmiddellijk alle beschikbare aanvullende informatie van het Internationaal Toezichtsysteem of informatie verstrekt door een Staat die Partij is betreffende de in het verzoek vermelde gebeurtenis, met inbegrip van ophelderingen gegeven ingevolge het tweeënveertigste en drieënveertigste lid, alsmede enige andere informatie afkomstig van het Technisch Secretariaat die de Directeur-Generaal relevant acht of waar door de Uitvoerende Raad om wordt verzocht.
**45.** Tenzij de verzoekende Staat die Partij is van mening is dat de in het verzoek om inspectie ter plaatse geuite zorg weggenomen is en het verzoek intrekt, neemt de Uitvoerende Raad een besluit inzake het verzoek in overeenstemming met het zesenveertigste lid.
**46.** De Uitvoerende Raad neemt binnen 96 uur na ontvangst van het verzoek om inspectie ter plaatse van de verzoekende Staat die Partij is een besluit. Het besluit tot goedkeuring van de inspectie ter plaatse wordt genomen met ten minste 30 bevestigende stemmen van leden van de Uitvoerende Raad. Indien de Uitvoerende Raad de inspectie niet goedkeurt, worden de voorbereidingen gestaakt en geen verdere stappen genomen met betrekking tot het verzoek.
**47.** Uiterlijk 25 dagen na goedkeuring van de inspectie ter plaatse overeenkomstig het zesenveertigste lid, zendt het inspectieteam, via de Directeur-Generaal, een verslag inzake de voortgang van de inspectie naar de Uitvoerende Raad. De voortzetting van de inspectie wordt geacht te zijn goedgekeurd, tenzij de Uitvoerende Raad, uiterlijk 72 uur na ontvangst van het rapport inzake de voortgang van de inspectie, bij meerderheid van al zijn leden besluit de inspectie niet voort te zetten. Indien de Uitvoerende Raad besluit de inspectie niet voort te zetten, wordt deze beëindigd, en verlaat het inspectieteam het inspectiegebied en het grondgebied van de aan inspectie onderworpen Staat die Partij is zo spoedig mogelijk, in overeenstemming met paragrafen 109 en 110 van Deel II van het Protocol.
**48.** Tijdens de inspectie ter plaatse kan het inspectieteam, via de Directeur-Generaal, de Uitvoerende Raad een voorstel doen tot het uitvoeren van boringen. De Uitvoerende Raad neemt ten aanzien van een dergelijk verzoek uiterlijk 72 uur na ontvangst van het voorstel een besluit. Het besluit tot goedkeuring van boringen wordt genomen bij meerderheid van alle leden van de Uitvoerende Raad.
**49.** Het inspectieteam kan de Uitvoerende Raad, via de Directeur-Generaal, verzoeken de duur van de inspectie te verlengen met maximaal 70 dagen na de in paragraaf 4 van Deel II van het Protocol genoemde 60-dagentermijn, indien het inspectieteam zulks noodzakelijk acht voor de uitvoering van zijn taak. Het inspectieteam geeft in zijn verzoek aan welke van de in paragraaf 69 van Deel II van het Protocol genoemde activiteiten en technieken het van plan is uit te voeren en toe te passen in de verlengingstermijn. De Uitvoerende Raad neemt uiterlijk 72 uur na ontvangst van het verzoek een besluit ten aanzien van het verzoek tot verlenging. Het besluit een verlenging van de inspectietermijn goed te keuren wordt genomen bij meerderheid van alle leden van de Uitvoerende Raad.
**50.** Op elk tijdstip na de goedkeuring van het vervolg van de inspectie ter plaatse in overeenstemming met het zevenenveertigste lid, kan het inspectieteam, via de Directeur-Generaal, de Uitvoerende Raad aanbevelen de inspectie te beëindigen. Een dergelijke aanbeveling wordt geacht te zijn goedgekeurd, tenzij de Uitvoerende Raad, uiterlijk 72 uur na ontvangst van de aanbeveling, bij tweederde meerderheid van al zijn leden besluit de beëindiging van de inspectie niet goed te keuren. In geval van beëindiging van de inspectie, verlaat het inspectieteam het inspectiegebied en het grondgebied van de aan inspectie onderworpen Staat die Partij is zo spoedig mogelijk, in overeenstemming met paragrafen 109 en 110 van Deel II van het Protocol.
**51.** De verzoekende Staat die Partij is en de ter inspectie aangezochte Staat die Partij is kunnen – zonder stemrecht – deelnemen aan de beraadslagingen van de Uitvoerende Raad inzake het verzoek om inspectie ter plaatse. De verzoekende Staat die Partij is en de aan inspectie onderworpen Staat die Partij is kunnen eveneens zonder stemrecht deelnemen aan vervolgberaadslagingen van de Uitvoerende Raad met betrekking tot de inspectie.
**52.** De Directeur-Generaal stelt de Staten die Partij zijn binnen 24 uur in kennis van alle besluiten van de Uitvoerende Raad en van alle verslagen, voorstellen, verzoeken en aanbevelingen die aan de Uitvoerende Raad zijn gericht ingevolge het zesenveertigste tot en met het vijftigste lid.
**53.** Een door de Uitvoerende Raad goedgekeurde inspectie ter plaatse wordt onverwijld uitgevoerd door een inspectieteam aangewezen door de Directeur-Generaal overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag en het Protocol. Het inspectieteam arriveert op het punt van binnenkomst niet later dan zes dagen na ontvangst door de Uitvoerende Raad van het verzoek om inspectie ter plaatse van de verzoekende Staat die Partij is.
**54.** De Directeur-Generaal verleent een inspectiemandaat voor de uitvoering van de inspectie ter plaatse. Het inspectiemandaat bevat de informatie genoemd in paragraaf 42 van Deel II van het Protocol.
**55.** De Directeur-Generaal stelt de aan inspectie onderworpen Staat die Partij is uiterlijk 24 uur voor de geplande aankomst van het inspectieteam op het punt van binnenkomst in kennis van de inspectie, overeenkomstig paragraaf 43 van Deel II van het Protocol.
**56.** Elke Staat die Partij is staat de Organisatie toe een inspectie ter plaatse uit te voeren op zijn grondgebied of op plaatsen die onder zijn rechtsmacht of toezicht vallen, overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag en het Protocol. Geen enkele Staat die Partij is hoeft evenwel gelijktijdige inspecties toe te laten op zijn grondgebied of op plaatsen die onder zijn rechtsmacht of toezicht vallen.
**57.** Overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag en het Protocol heeft de aan inspectie onderworpen Staat die Partij is de volgende rechten en verplichtingen:
Het recht en de verplichting om al het redelijkerwijs mogelijke in het werk te stellen om aan te tonen dat hij dit Verdrag naleeft en hiertoe het inspectieteam in staat te stellen zijn taak uit te voeren;
Het recht op het treffen van de maatregelen die hij nodig acht om de nationale-veiligheidsbelangen te beschermen en de verspreiding te voorkomen van vertrouwelijke informatie die geen betrekking heeft op het doel van de inspectie;
De verplichting om toegang te geven tot het inspectiegebied uitsluitend met het doel feiten vast te stellen die betrekking hebben op het doel van de inspectie, rekening houdend met letter b, en eventuele constitutionele verplichtingen die hij zou kunnen hebben ten aanzien van eigendomsrechten of huiszoekingen en inbeslagnemingen;
De verplichting tot inachtneming van het verbod zich te beroepen op dit lid of op paragraaf 88 van Deel II van het Protocol met het oogmerk niet-nakoming van zijn verplichtingen ingevolge artikel I te verhullen; en
De verplichting om het inspectieteam niet te verhinderen zich binnen het inspectiegebied te verplaatsen en inspectie-activiteiten overeenkomstig dit Verdrag en het Protocol te verrichten.
Toegang, in de context van een inspectie ter plaatse, houdt in zowel fysieke toegang van het inspectieteam en het inspectiematerieel tot het inspectiegebied als de uitvoering van inspectie-activiteiten binnen het inspectiegebied.
**58.** De inspectie ter plaatse geschiedt op de minst indringende wijze mogelijk die verenigbaar is met de efficiënte en tijdige uitvoering van het inspectiemandaat, en in overeenstemming met de in het Protocol genoemde procedures. Telkens wanneer dat mogelijk is, vangt het inspectieteam aan met de minst indringende procedures en gaat pas over op meer indringende procedures wanneer dit nodig wordt geacht voor de verzameling van voldoende informatie om helderheid te verschaffen ten aanzien van de zorg omtrent een mogelijke niet-naleving van dit Verdrag. De inspecteurs zoeken alleen naar die informatie en gegevens welke nodig zijn voor het doel van de inspectie en trachten de normale werkzaamheden van de geïnspecteerde Staat die Partij is zo min mogelijk te storen.
**59.** De geïnspecteerde Staat die Partij is assisteert het inspectieteam gedurende de inspectie ter plaatse en vergemakkelijkt diens taak.
**60.** Indien de geïnspecteerde Staat die Partij is, handelend in overeenstemming met paragraaf 86 tot en met 96 van Deel II van het Protocol, de toegang binnen het inspectiegebied beperkt, doet hij, in overleg met het inspectieteam, alles wat redelijkerwijs mogelijk is om door andere middelen aan te tonen dat hij dit Verdrag naleeft.
**61.** Ten aanzien van de aanwezigheid van een waarnemer gelden de volgende bepalingen:
Behoudens de instemming van de geïnspecteerde Staat die Partij is, kan de verzoekende Staat die Partij is een vertegenwoordiger sturen, die een ingezetene is van de verzoekende Staat die Partij is of van een derde Staat die Partij is, om de uitvoering van de inspectie ter plaatse waar te nemen;
De geïnspecteerde Staat die Partij is stelt de Directeur-Generaal binnen 12 uur na goedkeuring van de inspectie ter plaatse door de Uitvoerende Raad in kennis van de aanvaarding of de afwijzing van de voorgestelde waarnemer;
In geval van aanvaarding, verleent de geïnspecteerde Staat die Partij is de waarnemer toegang overeenkomstig het Protocol;
In beginsel aanvaardt de geïnspecteerde Staat die Partij is de voorgestelde waarnemer, maar indien de geïnspecteerde Staat die Partij is dit weigert, dan wordt dit aangetekend in het inspectieverslag.
Wordt door meerdere Staten die Partij zijn om een inspectie verzocht, dan kunnen er maximaal drie waarnemers deelnemen.
**62.** Inspectieverslagen dienen de volgende gegevens te bevatten:
Een omschrijving van de door het inspectieteam uitgevoerde activiteiten;
De feitelijke bevindingen van het inspectieteam die betrekking hebben op het doel van de inspectie;
Een verslag van de verleende medewerking gedurende de inspectie ter plaatse;
Een feitelijke omschrijving van de mate waarin toegang is verstrekt, met name van de andere middelen die aan het team zijn verstrekt tijdens de inspectie ter plaatse; en
Alle overige details die betrekking hebben op het doel van de inspectie. Indien er verschil is in de bevindingen van de inspecteurs, kan dit worden aangegeven in een bijlage bij het verslag.
**63.** De Directeur-Generaal stelt aan de geïnspecteerde Staat die Partij is ontwerp-inspectieverslagen ter beschikking. De geïnspecteerde Staat die Partij is heeft het recht de Directeur-Generaal binnen 48 uur commentaar en uitleg te doen toekomen, en eventueel aan te geven welke informatie en gegevens, naar zijn mening, geen betrekking hebben op het doel van de inspectie en niet mogen worden verspreid buiten het Technisch Secretariaat. De Directeur-Generaal bestudeert de door de geïnspecteerde Staat die Partij is gedane voorstellen tot wijziging van het ontwerp-inspectieverslag en neemt deze zo veel mogelijk daarin op. De Directeur-Generaal voegt eveneens het commentaar en de uitleg die door de geïnspecteerde Staat die Partij is zijn gegeven, bij het inspectieverslag.
**64.** De Directeur-Generaal verzendt het inspectieverslag onverwijld naar de verzoekende Staat die Partij is, de geïnspecteerde Staat die Partij is, de Uitvoerende Raad en naar alle andere Staten die Partij zijn. De Directeur-Generaal verzendt voorts onverwijld naar de Uitvoerende Raad en naar alle andere Staten die Partij zijn eventuele resultaten van monsteranalyse in aangewezen laboratoria overeenkomstig paragraaf 104 van Deel II van het Protocol, relevante gegevens van het Internationaal Toezichtsysteem, de beoordelingen van de verzoekende en de geïnspecteerde Staten die Partij zijn, alsmede eventuele andere door de Directeur-Generaal relevant geachte informatie. In geval van een verslag inzake de voortgang van de inspectie bedoeld in het zevenenveertigste lid, verzendt de Directeur-Generaal dit verslag binnen de in dat lid aangegeven termijn naar de Uitvoerende Raad.
**65.** Overeenkomstig zijn bevoegdheden en taken beoordeelt de Uitvoerende Raad het inspectieverslag en alle ingevolge het vierenzestigste lid geleverde documenten, en gaat alle punten van zorg na om te bepalen of:
dit Verdrag niet is nageleefd; en
misbruik is gemaakt van het recht te verzoeken om inspectie ter plaatse.
**66.** Indien de Uitvoerende Raad, handelend overeenkomstig zijn bevoegdheden en taken, tot de conclusie komt dat met betrekking tot het gestelde in het vijfenzestigste lid verdere actie nodig kan zijn, neemt hij de nodige maatregelen overeenkomstig artikel V.
**67.** Indien de Uitvoerende Raad het verzoek om inspectie ter plaatse niet goedkeurt op grond van het feit dat het verzoek oneigenlijk of ondoordacht is, of indien de inspectie om dezelfde reden wordt beëindigd, overweegt en beslist de Uitvoerende Raad of er passende maatregelen moeten worden getroffen om de situatie te herstellen en met name:
Van de verzoekende Staat die Partij is te verlangen dat deze de kosten draagt van alle voorbereidende werkzaamheden van het Technisch Secretariaat;
Het recht van de verzoekende Staat die Partij is een verzoek om een inspectie ter plaatse in te dienen, te schorsen voor een door de Uitvoerende Raad vast te stellen periode; en
Het recht van de verzoekende Staat die Partij is zitting te nemen in de Uitvoerende Raad voor een bepaalde periode te schorsen.
**68.** Teneinde:
een bijdrage te leveren aan de tijdige wegneming van zorgen omtrent de naleving die zouden kunnen rijzen uit mogelijke verkeerde interpretatie van verificatiegegevens betreffende chemische explosies; en
een bijdrage te leveren aan de ijking van de stations die deel uitmaken van de netwerken waaruit het Internationaal Toezichtsysteem is opgebouwd, verbindt elke Staat die Partij is zich ertoe samen te werken met de Organisatie en met andere Staten die Partij zijn bij de uitvoering van de maatregelen bedoeld in Deel III van het Protocol.
Artikel IV
Verificatie
Onderdeel van Alomvattend Kernstopverdrag· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht