Naar hoofdinhoud

Artikel VII

Wijzigingen

Onderdeel van Alomvattend Kernstopverdrag· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht

1. Op elk tijdstip na de inwerkingtreding van dit Verdrag, kan elke Staat die Partij is voorstellen doen tot wijziging van dit Verdrag, het Protocol of de Bijlagen bij het Protocol. Iedere Staat die Partij is kan eveneens, overeenkomstig het zevende lid, voorstellen doen tot veranderingen van het Protocol of de Bijlagen daarvan. Voorstellen tot wijziging zijn onderworpen aan de procedures bedoeld in het tweede tot en met het zesde lid. Voorstellen voor veranderingen overeenkomstig het zevende lid, zijn onderworpen aan de procedures genoemd in het achtste lid. 2. De voorgestelde wijziging wordt alleen bestudeerd en aangenomen door een Wijzigingsconferentie. 3. Ieder wijzigingsvoorstel wordt gezonden naar de Directeur-Generaal, die het voorstel zendt aan alle Staten die Partij zijn en aan de Depositaris en hun vraagt of zij het opportuun achten een Wijzigingsconferentie bijeen te roepen ter bestudering van het voorstel. Indien een meerderheid van de Staten die Partij zijn de Directeur-Generaal uiterlijk 30 dagen na de verzending van het voorstel ervan in kennis stellen dat zij verdere bestudering van het voorstel steunen, roept de Directeur-Generaal een Wijzigingsconferentie bijeen waarvoor alle Staten die Partij zijn worden uitgenodigd. 4. De Wijzigingsconferentie wordt onmiddellijk na een gewone vergadering van de Conferentie gehouden, tenzij alle Staten die Partij zijn die het bijeenroepen van een Wijzigingsconferentie steunen, verzoeken een eerdere bijeenkomst te houden. In geen geval wordt de Wijzigingsconferentie gehouden binnen 60 dagen na de toezending van de voorgestelde wijziging. 5. Wijzigingen worden door de Wijzigingsconferentie aangenomen met de stemmen vóór van een meerderheid van de Staten die Partij zijn, terwijl geen enkele Staat die Partij is een stem tegen uitbrengt. 6. Wijzigingen worden van kracht voor alle Staten die Partij zijn 30 dagen na de nederlegging van de akten van bekrachtiging of aanvaarding door alle Staten die Partij zijn die een stem vóór hebben uitgebracht op de Wijzigingsconferentie. 7. Ter waarborging van de uitvoerbaarheid en de doeltreffendheid van dit Verdrag, zijn de Delen I en III van het Protocol en de Bijlagen 1 en 2 bij het Protocol onderworpen aan de manier van wijzigen overeenkomstig het achtste lid, indien de voorgestelde veranderingen slechts betrekking hebben op aangelegenheden van administratieve of technische aard. Alle andere bepalingen van het Protocol en de Bijlagen daarbij kunnen niet worden veranderd overeenkomstig het achtste lid. 8. De in het zevende lid bedoelde voorgestelde veranderingen worden behandeld overeenkomstig de volgende procedure: De tekst van de voorgestelde veranderingen wordt samen met de vereiste informatie toegezonden aan de Directeur-Generaal. Elke Staat die Partij is en de Directeur-Generaal kunnen met het oog op de beoordeling van het voorstel deze aanvullende informatie verstrekken. De Directeur-Generaal deelt deze voorstellen en informatie onverwijld mede aan alle Staten die Partij zijn, de Uitvoerende Raad en de Depositaris; Uiterlijk 60 dagen na ontvangst van het voorstel, onderwerpt de Directeur-Generaal dit voorstel aan een beoordeling om vast te stellen wat de mogelijke gevolgen ervan zijn voor de bepalingen van dit Verdrag en de toepassing daarvan en deelt hij alle informatie mede aan alle Staten die Partij zijn en de Uitvoerende Raad; De Uitvoerende Raad bestudeert het voorstel aan de hand van alle informatie waarover hij beschikt, met inbegrip van de vraag of het voorstel voldoet aan de vereisten van het zevende lid. Uiterlijk 90 dagen na ontvangst van het voorstel legt de Uitvoerende Raad zijn aanbevelingen, met passende toelichtingen, ter bestudering voor aan alle Staten. De Staten die Partij zijn bevestigen de ontvangst binnen 10 dagen; Indien de Uitvoerende Raad alle Staten die Partij zijn aanbeveelt het voorstel aan te nemen, wordt het geacht te zijn goedgekeurd indien geen enkele Staat die Partij is hiertegen bezwaar maakt binnen 90 dagen na ontvangst van de aanbeveling. Indien de Uitvoerende Raad aanbeveelt het voorstel te verwerpen, wordt het geacht te zijn verworpen indien geen enkele Staat die Partij is binnen 90 dagen na ontvangst van de aanbeveling tegen de verwerping bezwaar maakt; Indien een aanbeveling van de Uitvoerende Raad niet wordt aanvaard zoals vereist ingevolge letter d, wordt door de Conferentie op haar volgende vergadering een besluit genomen inzake het voorstel als aangelegenheid van inhoudelijke aard, met inbegrip van de vraag of het voldoet aan de vereisten van het zevende lid; De Directeur-Generaal stelt alle Staten die Partij zijn alsmede de Depositaris in kennis van alle besluiten die ingevolge dit lid worden genomen. Ingevolge deze procedure goedgekeurde veranderingen worden voor alle Staten die Partij zijn van kracht 180 dagen na de datum van kennisgeving door de Directeur-Generaal dat zij zijn goedgekeurd tenzij een andere termijn wordt aanbevolen door de Uitvoerende Raad of bepaald door de Conferentie.

Rechtspraak bij dit artikel