Naar hoofdinhoud
1. De ambtenaren van het nabuurland, die ter uitvoering van deze Overeenkomst hun dienst in het gebiedsland moeten uitoefenen, zijn vrij van pas- en visumformaliteiten. 2. Voor de grensoverschrijding om zich naar de plaats van hun dienstuitoefening te begeven, dienen zij slechts in het bezit te zijn van een ambtelijk bewijs, dat hun identiteit en dienstonderdeel vermeldt.

Rechtspraak bij dit artikel