In deze Overeenkomst wordt verstaan onder de uitdrukking:
„grenscontrole”: de uitvoering van alle wettelijke en administratieve bepalingen van beide landen, die toegepast kunnen worden bij de grensoverschrijding van personen en het binnenkomen en uitgaan van goederen en andere vermogensbestanddelen;
„gebiedsland”: het land, op welks gebied de grenscontrole van het andere land geschiedt of op welks gebied zich de gemeenschappelijke spoorwegstations of grensaflosstations bevinden; „nabuurland”: het andere land;
„gemeenschappelijk spoorwegstation”: een spoorwegstation, waar beide spoorwegdiensten de werkzaamheden, die nodig zijn in het grensoverschrijdende personen- en goederenverkeer, of een gedeelte daarvan, kunnen verrichten.
HOOFDSTUK I
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland nopens de samenvoeging van de grenscontrole en de instelling van gemeenschappelijke spoorwegstations of van grensaflosstations aan de Nederlands-Duitse grens· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 28 september 1960