**A.** De Organisatie bezit op het grondgebied van elk lid die rechtsbevoegdheid en geniet die voorrechten en immuniteiten welke voor de uitoefening van haar functies nodig zijn.
**B.** De afgevaardigden der leden, alsmede hun plaatsvervangers en adviseurs, leden van de Raad van Beheer, alsmede hun plaatsvervangers en adviseurs, de Directeur-Generaal en het personeel van de Organisatie genieten die voorrechten en immuniteiten welke nodig zijn voor de zelfstandige uitoefening van hun functies in verband met de Organisatie.
**C.** De in dit artikel bedoelde rechtsbevoegdheid, voorrechten en immuniteiten zullen in een afzonderlijke overeenkomst of overeenkomsten tussen de Organisatie, in deze vertegenwoordigd door de Directeur-Generaal optredend op last van de Raad van Beheer, en de leden, worden omschreven.
Artikel XV
Voorrechten en immuniteiten
Onderdeel van Statuut van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 30 juli 1957