Naar hoofdinhoud

Artikel VI

Zittingen

Onderdeel van Statuut van de Europese Commissie voor de bestrijding van mond- en klauwzeer· Agrarisch recht

Deze tekst geldt sinds 6 november 1997

1. Ieder Lid wordt op de zittingen van de Commissie vertegenwoordigd door een enkele afgevaardigde, die vergezeld kan zijn van een plaatsvervanger en van deskundigen en adviseurs. Plaatsvervangers, deskundigen en adviseurs mogen aan de werkzaamheden van de Commissie deelnemen, doch mogen niet stemmen, behoudens in geval van een plaatsvervanger, die naar behoren is gemachtigd voor de afgevaardigde op te treden. 2. Ieder Lid brengt één stem uit. Besluiten van de Commissie worden genomen met een meerderheid van het aantal uitgebrachte stemmen, tenzij hieromtrent in dit Statuut anders wordt beslist. Een meerderheid van de Leden van de Commissie vormt een quorum. 3. Aan het einde van iedere gewone zitting kiest de Commissie uit de afgevaardigden een Voorzitter en twee Vicevoorzitters. Deze functionarissen blijven in functie tot aan het einde van de volgende gewone zitting, zonder dat dit aan het recht van herverkiezing afbreuk doet. De Commissie benoemt tevens de leden van speciale of permanente subcommissies. 4. De Directeur-Generaal van de Organisatie roept, in overleg met de Voorzitter van de Commissie, ten minste eenmaal per twee jaar een gewone zitting van de Commissie bijeen. Speciale zittingen kunnen worden bijeengeroepen door de Directeur-Generaal, in overleg met de Voorzitter van de Commissie, of, indien dit wordt verzocht door de Commissie tijdens gewone zittingen, of door ten minste een derde van het aantal Leden gedurende het tijdvak tussen twee gewone zittingen.

Rechtspraak bij dit artikel