Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Artikel 5

Onderdeel van Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst inzake de bescherming van de Rijn tegen verontreiniging door chloriden· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 1 november 1994

1. De Overeenkomstsluitende Partijen nemen op hun grondgebied de nodige maatregelen teneinde een toename van de hoeveelheden van in het stroomgebied van de Rijn geloosde chloride-ionen te voorkomen. De waarden van de nationale vrachten zijn aangegeven in bijlage IV, waarbij rekening is gehouden met de in dit aanvullend protocol opgenomen maatregelen. 2. Een toename van de hoeveelheden chloride-ionen afkomstig uit individuele lozingen wordt slechts toegelaten voorzover elders op het grondgebied van de betrokken Overeenkomstsluitende Partij een compensatie voor deze vrachten tot stand wordt gebracht of in het kader van de Internationale Commissie een compensatie in totaliteit kan worden gevonden. 3. Een Overeenkomstsluitende Partij kan bij uitzondering op grond van dwingende redenen, na de Internationale Commissie om een oordeel te hebben verzocht, een toename toestaan zonder dat onmiddellijk voor compensatie wordt gezorgd. 4. Nederland zal de door de maatregel volgens artikel 3 van dit protocol bereikte vermindering van de zoutvracht in het IJsselmeer niet geheel of gedeeltelijk door andere lozingen in het IJsselmeer of in de Rijn compenseren. 5. De Overeenkomstsluitende Partijen controleren op hun grondgebied alle chloride-ionenlozingen van meer dan 1 kg/s in het stroomgebied van de Rijn alsmede in het IJsselmeer. 6. Iedere Overeenkomstsluitende Partij doet de Internationale Commissie eenmaal per jaar een verslag toekomen waaruit de ontwikkeling van de chloride-ionenvracht van het Rijnwater en van het IJsselmeer kan worden opgemaakt.

Rechtspraak bij dit artikel