Naar hoofdinhoud
1. Ter vergemakkelijking van het naspeuringswerk naar overleden gedeporteerde burgers draagt de Bondsrepubliek Duitsland ervoor zorg dat de Stichting alle mogelijke steun ontvangt. In het bijzonder verstrekken de bevoegde Duitse autoriteiten, voor zover mogelijk, gegevens uit de archieven die betrekking hebben op de periode van 10 mei 1940 tot en met 31 december 1945 en de volgende instanties betreffen: Bureaus van de burgerlijke stand, begraafplaatsen, crematoria, ziekenhuizen en „Krankenbuchlager” in openbaar beheer, alsmede het archief van de Burgerlijke Stand II en openbare ziekenfondsen; politiebureaus, gerechten en gevangenissen; arbeidsbureaus, huisvestingsbureaus, verzorgingsinstanties en „Ordnungsämter”. 2. De Stichting zal in overeenstemming met de bevoegde Duitse autoriteiten voor zover mogelijk inzage krijgen van het documentatiemateriaal der in lid 1 vermelde instanties. Zij kan onder dezelfde voorwaarden fotokopieën laten vervaardigen. 3. De Bondsrepubliek Duitsland vergoedt het Koninkrijk der Nederlanden de kosten en rechten die als gevolg van het verstrekken van inlichtingen verschuldigd worden. 4. De Regering van de Bondsrepubliek Duitsland zal in gevallen waarin zij geen rechtstreekse invloed kan uitoefenen, bij de bevoegde instanties bemiddeling verlenen voor het vergemakkelijken van het naspeuringswerk.

Rechtspraak bij dit artikel