Indien de stand van de arbeidsmarkt niet zou toestaan, dat de werknemers in bepaalde tijdvakken, in bepaalde streken of in bepaalde beroepen worden tewerkgesteld, zullen de Hoge Verdragsluitende Partijen onmiddellijk overleg plegen, ten einde in onderlinge overeenstemming tijdelijke maatregelen vast te stellen, welke geboden zouden zijn.
De Hoge Verdragsluitende Partijen verbinden zich, bij de toepassing van deze maatregelen, zoveel mogelijk, het nadeel te beperken, dat voor de belanghebbende werknemers daaruit zou kunnen ontstaan.
Geschorst per 1 november 1961 (Trb. 1961/5).
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Arbeidsverdrag tussen België, Luxemburg en Nederland· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 november 1960