**1.** Het Koninkrijk der Nederlanden zal pensioenen en soortgelijke uitkeringen die voortvloeien uit een arbeidsovereenkomst met een Nederlandse natuurlijke of rechtspersoon en die krachtens het Besluit Vijandelijk Vermogen in de beschikkingsmacht van het Koninkrijk der Nederlanden zijn overgegaan, op zijn verzoek ter beschikking stellen aan de vroegere rechthebbende, voor zover hij naar het recht van de Bondsrepubliek Duitsland de Duitse nationaliteit bezit en deze pensioenen en uitkeringen niet reeds vroeger ter beschikking zijn gesteld. Dit geldt eveneens voor uitkeringen die voortvloeien uit een verzekeringsovereenkomst gesloten in verband met een zodanige arbeidsovereenkomst of in verband met de uitoefening van een beroep in het Koninkrijk der Nederlanden of in de vroegere delen van het Koninkrijk door een persoon die de Duitse nationaliteit bezit. De vorenbedoelde pensioenen en uitkeringen worden ter beschikking gesteld met inachtneming van de volgende bepalingen:
personen die op 1 februari 1946 hun gewone verblijfplaats hadden binnen het tegenwoordige gebied van het Koninkrijk der Nederlanden of van de Bondsrepubliek Duitsland met inbegrip van het „Land” Berlijn, ontvangen de sedert 1 februari 1946 vervallen en in de toekomst vervallende bedragen;
personen die op 1 november 1952 hun gewone verblijfplaats hadden buiten het Duitse Rijk naar de toestand van 31 december 1937 en buiten het Koninkrijk der Nederlanden, ontvangen de sedert 1 november 1952 vervallen en in de toekomst vervallende bedragen;
personen die zich na 1 februari 1946 binnen het tegenwoordige gebied van het Koninkrijk der Nederlanden of van de Bondsrepubliek Duitsland met inbegrip van het „Land” Berlijn hebben gevestigd of zullen vestigen, of zich na 1 november 1952 buiten het Duitse Rijk naar de toestand van 31 december 1937 en buiten het Koninkrijk der Nederlanden hebben gevestigd of zullen vestigen, ontvangen de sedert de datum van hun vestiging vervallen en in de toekomst vervallende bedragen;
op personen die onder verschillende van de hierboven vermelde bepalingen vallen, is de voor hen gunstigste bepaling van toepassing.
**2.** Bij kapitaalverzekeringen wordt de aanspraak of het door het Nederlandse Beheersinstituut geïnde bedrag aan de vroegere rechthebbende ter beschikking gesteld. Indien het verzekerde bedrag vervallen is vóór de volgens lid 1 beslissende peildata, wordt het uit te betalen bedrag verminderd met 4% per jaar, gerekend van de vervaldatum tot de peildatum.
**3.** In gevallen waarin tussen het Nederlandse Beheersinstituut en de verzekeraar een afkoopregeling is getroffen, wordt het door het Nederlandse Beheersinstituut geïnde bedrag aan de vroegere rechthebbende ter beschikking gesteld, onder aftrek van de bedragen waarop hij op de voet van de bovenstaande bepalingen geen aanspraak kan maken.
**4.** Bij het overlijden van rechthebbenden ontvangen de erfgenamen op hun verzoek de nog niet aan de erflater uitbetaalde bedragen waarop de erflater op grond van de bovenstaande bepalingen aanspraak zou hebben kunnen maken.
**5.** De bedragen en aanspraken worden zonder beheerskosten en rechten in rekening te brengen ter beschikking gesteld.
**6.** De aanvragen moeten binnen een jaar na de inwerkingtreding van dit Verdrag bij het Nederlandse Beheersinstituut worden ingediend.
Artikel 13
Artikel 13
Deze tekst geldt sinds 1 augustus 1963