**1.** De Verdragsluitende Partijen stellen vast dat de bepalingen van het zesde hoofdstuk van het op 26 mei 1952 te Bonn ondertekende Verdrag inzake de regeling van aangelegenheden voortspruitende uit de oorlog en de bezetting (zoals gewijzigd op 23 oktober 1954) ook betrekking hebben op maatregelen die het Koninkrijk der Nederlanden op grond van het Besluit Vijandelijk Vermogen heeft genomen.
**2.** Met het oog op de definitieve regeling die in de artikelen 4 tot en met 13 van dit Verdrag en in hoofdstuk 5 van het Grensverdrag op basis van artikel 4 van het zesde hoofdstuk van het in lid 1 genoemde verdrag is getroffen, zal de Bondsrepubliek Duitsland bij het Koninkrijk der Nederlanden geen verdere vorderingen of aanspraken ten aanzien van de toepassing van het Besluit Vijandelijk Vermogen aanhangig maken.
Artikel 16
Artikel 16
Deze tekst geldt sinds 1 augustus 1963