De Verdragsluitende Partijen zullen elkaar wederzijdse bijstand verlenen teneinde in ieder land een betere kennis te verzekeren van de cultuur van het andere land, door middel van:
boeken, tijdschriften en andere publikaties, alsmede vertalingen;
voordrachten;
kunsttentoonstellingen en andere tentoonstellingen met een cultureel karakter;
concerten, toneelvoorstellingen, balletvoorstellingen, operavoorstellingen, enz.;
radio, televisie, films, grammofoonplaten en andere technische middelen.
Artikel 11
Artikel 11
Onderdeel van Cultureel Verdrag tussen Nederland en Noorwegen· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 14 mei 1956