De Raad is bevoegd te beraadslagen en adviezen uit te brengen aan de drie Regeringen onder meer in de vorm van een aanbeveling met betrekking tot vraagstukken, die rechtstreeks verband houden met:
de totstandkoming en de werking van een economische unie tussen de drie Staten;
de culturele toenadering tussen de drie Staten;
de samenwerking tussen de drie Staten op het gebied van het buitenlands beleid;
de eenmaking van het recht in de drie Staten.
Met instemming van de drie Regeringen gezamenlijk kan de Raad beraadslagen en adviezen uitbrengen onder meer in de vorm van een aanbeveling over andere vraagstukken van gemeenschappelijk belang.
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Overeenkomst nopens de instelling van een Raadgevende Interparlementaire Beneluxraad· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 9 september 1956