Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Artikel 2

Onderdeel van Cultureel Verdrag tussen Nederland en Italië· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 13 oktober 1953

Met het oog op de uitvoering van dit Verdrag wordt een permanente gemengde Commissie ingesteld. Deze zal bestaan uit zes leden; ieder der Verdragsluitende Partijen wordt door drie leden vertegenwoordigd. De samenstelling en de werkzaamheden van deze Commissie worden door de volgende beginselen beheerst: De leden der Commissie worden voor Nederland benoemd door de Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen; voor Italië door de Minister van Buitenlandse Zaken, in overleg met de Minister van Openbaar Onderwijs. De lijst der leden van iedere Verdragsluitende Partij wordt langs de diplomatieke weg aan de Regering der andere Partij ter kennis gebracht. De gemengde Commissie vergadert in pleno telkenmale als de noodzakelijkheid daartoe gevoeld wordt en tenminste eenmaal 's jaars om beurten in Nederland en in Italië. De samenkomsten worden voorgezeten door een zevende lid en wel de Minister van Onderwijs van het ontvangende land. Indien vraagstukken van technische aard in behandeling moeten worden genomen, die een gespecialiseerde kennis van zaken vereisen, kan de gemengde Commissie er toe overgaan subcommissies in te stellen, samengesteld uit leden gekozen uit of buiten haar midden, waarin ieder der Partijen door een gelijk aantal leden vertegenwoordigd wordt. De plaats van samenkomst en het voorzitterschap van deze subcommissies worden bepaald door dezelfde beginselen als onder b) vastgesteld, met dien verstande dat het voorzitterschap daarvan kan berusten bij een persoon aan te wijzen door de Minister van het land, waar de zitting plaats vindt. Onverminderd het bepaalde onder c) kan de gemengde Commissie deskundigen als technische adviseurs aan zich toevoegen, steeds op basis van pariteit.

Rechtspraak bij dit artikel