Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK III

Artikel 19

Jaarlijkse bijdragen ten gunste van aparte rekeningen

Onderdeel van Internationaal Verdrag inzake aansprakelijkheid en vergoeding voor schade in verband met het vervoer over zee van gevaarlijke en schadelijke stoffen, 1996· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht

1. Onverminderd het bepaalde in artikel 16, vijfde lid, worden ten aanzien van elke Staat die Partij is jaarlijkse bijdragen betaald ten gunste van aparte rekeningen: wat betreft de olierekening: door iedere persoon die in die Staat in het voorgaande kalenderjaar, of een ander, door de Algemene Vergadering vast te stellen jaar een totale hoeveelheid van meer dan 150.000 ton bijdragende olie heeft ontvangen, zoals omschreven in artikel 1, derde lid van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, 1971, zoals gewijzigd, en die overeenkomstig artikel 10 van dat Verdrag bijdrageplichtig is of zou zijn aan het Internationale Fonds voor de vergoeding van schade door verontreiniging door olie; en door iedere persoon die in die Staat in het voorgaande kalenderjaar of een ander door de Algemene Vergadering vast te stellen jaar een totale hoeveelheid van meer dan 20.000 andere in bulk vervoerde olie heeft ontvangen, zoals opgenomen in Aanhangsel I van bijlage I van het Internationaal Verdrag inzake de voorkoming van verontreiniging door schepen, 1973, zoals aangepast door het daarbij behorende Protocol van 1978 zoals gewijzigd; wat betreft de LNG-rekening, door iedere persoon die in het voorgaande kalenderjaar of een ander door de Algemene Vergadering vast te stellen jaar, direct voorafgaand aan het lossen van een LNG-lading in een haven of terminal van die Staat aanspraak kon maken op deze lading; iwat betreft de LPG-rekening, door iedere persoon die in het voorgaande kalenderjaar of een ander door de Algemene Vergadering vast te stellen jaar, in die Staat een totale hoeveelheid van meer dan 20.000 ton LPG heeft ontvangen. 2. Onverminderd het bepaalde in het derde lid worden de in het eerste lid bedoelde aparte rekeningen op hetzelfde tijdstip van kracht als de algemene rekening. 3. De initiële werking van een in artikel 16, tweede lid, bedoelde aparte rekening wordt uitgesteld totdat de hoeveelheden bijdragende lading met betrekking tot die rekening gedurende het voorafgaande kalenderjaar of een ander door de Algemene Vergadering vast te stellen jaar, de volgende niveaus overschrijden: 350 miljoen ton bijdragende lading wat betreft de olierekening; 20 miljoen ton bijdragende lading wat betreft de LNG-rekening; en 15 miljoen ton bijdragende lading wat betreft de LPG-rekening. 4. De Algemene Vergadering kan de werking van een aparte rekening schorsen indien: de hoeveelheden bijdragende lading ten aanzien van die rekening gedurende het voorgaande kalenderjaar onder de respectieve niveaus van het derde lid komen; of zes maanden na de datum waarop de bijdragen moesten worden betaald, het totaal van onbetaalde bijdragen ten behoeve van die rekening meer dan tien procent bedraagt van de meest recente heffing ten laste van die rekening overeenkomstig het eerste lid. 5. De Algemene Vergadering kan een ingevolge het vierde lid geschorste werking van een aparte rekening opnieuw activeren. 6. Iedere persoon die bijdrageplichtig zou zijn ten gunste van een aparte rekening waarvan de werking is uitgesteld krachtens het derde lid of is geschorst krachtens het vierde lid, betaalt ten behoeve van de algemene rekening de bijdragen die door hem verschuldigd zijn ingevolge die aparte rekening. Voor de berekening van toekomstige bijdragen vormt de uitgestelde of geschorste aparte rekening een nieuwe sector in de algemene rekening en is hierop het in bijlage II bedoelde HNS-puntensysteem van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel