**1.** De eigenaar van een schip is gerechtigd de aansprakelijkheid krachtens dit Verdrag te beperken tot een totaalbedrag per voorval dat als volgt wordt berekend:
10 miljoen rekeneenheden voor een schip van ten hoogste 2000 tonnage-eenheden; en
voor een schip met een hoger tonnage, in aanvulling op het onder a genoemde bedrag:
voor elke tonnage-eenheid tussen 2001 en 50.000 tonnage-eenheden: 1500 rekeneenheden;
voor elke tonnage-eenheid boven 50.000 tonnage-eenheden: 360 rekeneenheden;
met dien verstande dat het totaalbedrag in geen geval meer kan zijn dan 100 miljoen rekeneenheden.
**2.** De eigenaar kan zijn aansprakelijkheid uit hoofde van dit Verdrag niet beperken, indien wordt bewezen dat de schade het gevolg is van zijn persoonlijk handelen of nalaten, begaan hetzij met het opzet zodanige schade te veroorzaken, hetzij roekeloos en in de wetenschap dat zodanige schade er waarschijnlijk uit zou voortvloeien.
**3.** Teneinde zich te kunnen beroepen op de in het eerste lid bedoelde beperking, vormt de eigenaar een fonds ten bedrage van het maximum van de aansprakelijkheid ingevolge het eerste lid bij de rechterlijke of andere bevoegde autoriteit van een van de Staten die Partij zijn en binnen het grondgebied waarvan een vordering op grond van artikel 38 wordt ingesteld, of, indien geen vordering wordt ingesteld, bij enige rechterlijke of andere bevoegde autoriteit van een van de Staten die Partij zijn en binnen het grondgebied waarvan een vordering op grond van artikel 38 kan worden ingesteld. Het fonds kan worden gevormd door het storten van de geldsom of door het stellen van een bankgarantie of andere garantie die aanvaardbaar is volgens de wetgeving van de Staat die Partij is en waar het fonds wordt gevormd en welke door de rechterlijke of andere bevoegde autoriteit genoegzaam wordt geacht.
**4.** Onverminderd het bepaalde in artikel 11 wordt het fonds onder de schuldeisers verdeeld in verhouding tot de bedragen van hun vastgestelde vorderingen.
**5.** Indien vóór de verdeling van het fonds de eigenaar of een van zijn ondergeschikten of lasthebbers, of een persoon die hem een verzekering of andere zekerheid heeft verschaft, in verband met het voorval schadevergoeding heeft betaald, treden deze personen bij wege van subrogatie, tot het bedrag dat zij hebben betaald, in de rechten die de door hen schadeloos gestelde persoon op grond van dit Verdrag zou hebben gehad.
**6.** Het recht van subrogatie, bedoeld in het vijfde lid, kan ook worden uitgeoefend door andere dan de daarin genoemde personen met betrekking tot enige schadevergoeding die zij mochten hebben betaald, maar alleen voorzover een zodanige subrogatie is geoorloofd volgens de toepasselijke nationale wetgeving.
**7.** Wanneer de eigenaars of andere personen aantonen dat zij gedwongen zouden kunnen worden op een later tijdstip geheel of ten dele een bedrag aan schadevergoeding te betalen terzake waarvan zij, indien deze vergoeding zou zijn betaald vóór de verdeling van het fonds, ingevolge het vijfde en zesde lid bij wege van subrogatie rechten zouden hebben verkregen, dan kan de rechterlijke of andere bevoegde autoriteit van de Staat waar het fonds is gevormd bevelen dat voorlopig een bedrag wordt terzijde gesteld dat voldoende is om het deze persoon mogelijk te maken op een later tijdstip zijn rechten tegen het fonds geldend te maken.
**8.** Vorderingen die betrekking hebben op door de eigenaar vrijwillig en binnen de grenzen der redelijkheid gedane uitgaven en gebrachte offers ter voorkoming of beperking van schade staan in rang gelijk met andere vorderingen op het fonds.
**9.** De in het eerste lid bedoelde bedragen worden herleid tot de nationale munteenheid op basis van de waarde van die munteenheid ten opzichte van het bijzonder trekkingsrecht op de datum van de vorming van het in het derde lid bedoelde fonds. De waarde van de nationale munteenheid, in bijzondere trekkingsrechten, van een Staat die Partij is en die lid is van het Internationaal Monetair Fonds, wordt berekend in overeenstemming met de methode van waardebepaling die wordt toegepast door het Internationaal Monetair Fonds op de datum in kwestie voor zijn eigen operaties en transacties. De waarde van de nationale munteenheid in bijzondere trekkingsrechten van een Staat die Partij is en die geen lid is van het Internationaal Monetair Fonds wordt berekend op een wijze die door die Staat wordt bepaald.
Echter, een Staat die Partij is en die geen lid is van het Internationaal Monetair Fonds en waarvan de wetgeving de toepassing van het bepaalde onder a, niet toestaat, kan op het tijdstip van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring van of toetreding tot dit Verdrag of op enig tijdstip daarna verklaren dat de in letter a genoemde rekeneenheid gelijk is aan 15 goudfrank. De in dit lid genoemde goudfrank komt overeen met vijfenzestig en een half milligram goud van negenhonderd duizendste fijn. De herleiding van de goudfrank tot de nationale munteenheid geschiedt overeenkomstig de wetgeving van de betrokken Staat.
De in de laatste volzin van letter a genoemde berekening en de in letter bgenoemde herleiding geschieden op zodanige wijze dat, voorzover mogelijk, in de nationale munteenheid van de Staat die Partij is dezelfde werkelijke waarde wordt uitgedrukt voor de in het eerste lid bedoelde bedragen als de waarde die zou voortvloeien uit de toepassing van de eerste twee volzinnen van letter a van het negende lid. De Staten die Partij zijn stellen de secretaris-generaal in kennis van hun berekeningsmethode overeenkomstig letter a of van het resultaat van de herleiding overeenkomstig letter b, naargelang het geval, wanneer zij een akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van dit Verdrag of van de toetreding daartoe nederleggen, alsmede steeds wanneer daarin een wijziging optreedt.
**10.** Voor de toepassing van dit artikel is de tonnage van het schip de brutotonnage berekend overeenkomstig de voorschriften voor de meting van het tonnage vervat in Bijlage 1 van het Internationaal Verdrag betreffende de meting van schepen, 1969.
**11.** De verzekeraar of andere persoon die financiële zekerheid stelt, heeft het recht tot het vormen van een fonds in overeenstemming met dit artikel op dezelfde voorwaarden en met dezelfde rechtsgevolgen als ware het door de eigenaar gevormd. Een zodanig fonds kan zelfs worden gevormd indien, ingevolge het bepaalde in het tweede lid, de eigenaar niet gerechtigd is zijn aansprakelijkheid te beperken, maar de vorming daarvan laat dan de rechten van de schuldeisers tegenover de eigenaar onverlet.
HOOFDSTUK II
Artikel 9
Beperking van de aansprakelijkheid
Onderdeel van Internationaal Verdrag inzake aansprakelijkheid en vergoeding voor schade in verband met het vervoer over zee van gevaarlijke en schadelijke stoffen, 1996· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht