Naar hoofdinhoud
(1). Indien een persoon met woonplaats in een van de Staten uit de andere Staat inkomsten verkrijgt in de vorm van royalties of andere vergoedingen voor het gebruik maken van of voor het recht tot het gebruik maken van uitvindersrechten, auteursrechten, octrooien, modellen, procédés, handelsmerken of soortgelijke rechten (behalve rechten met betrekking tot de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen) heeft de woonstaat het recht tot belastingheffing voor deze inkomsten. (2). Het eerste lid is ook van toepassing op de inkomsten uit de vervreemding van de aldaar vermelde rechten. (3). Als royalties worden ook beschouwd huren en soortgelijke vergoedingen voor het ter beschikking stellen van films, voor het gebruik van nijverheids-, handels- of wetenschappelijke uitrustingen of voor het ter beschikking stellen van bedrijfservaring. (4). Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing indien een persoon met woonplaats in een van de Staten een vaste inrichting in de andere Staat heeft en de inkomsten door middel van deze vaste inrichting verkrijgt. In dit geval heeft de andere Staat het recht tot belastingheffing voor deze inkomsten.

Rechtspraak bij dit artikel