**1.** Om in aanmerking te komen voor verstrekkingen krachtens artikel 40, eerste lid, sub a)i) van het Verdrag, behalve in het geval waarin van de in artikel 44, eerste lid van deze Schikking bedoelde veronderstelling wordt uitgegaan, legt de rijnvarende aan het orgaan van de verblijfplaats een bewijs over waarin wordt verklaard dat hij recht op verstrekkingen heeft. Dit bewijs wordt op verzoek van de belanghebbende door het bevoegde orgaan afgegeven voordat hij het grondgebied van de Verdragsluitende Partij waarop hij woont, verlaat. Indien de belanghebbende dit bewijs niet overlegt, verzoekt het orgaan van de verblijfplaats het bevoegde orgaan daarom.
**2.** Artikel 44, vijfde en zesde lid van deze Schikking is van overeenkomstige toepassing.
TITEL IV › HOOFDSTUK 3 › Paragraaf
Artikel 45
Verstrekkingen in geval van verblijf op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij dan de bevoegde Staat - bewijs van het bevoegde orgaan -
Onderdeel van Administratieve Schikking voor de toepassing van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van Rijnvarenden (herzien)· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 december 1987