Wanneer een persoon op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij sociale bijstand heeft genoten gedurende een tijdvak waarover hij krachtens de wetgeving van een andere Verdragsluitende Partij recht op uitkeringen had, kan de instelling welke de sociale bijstand heeft verleend, indien deze een wettelijk verhaalsrecht heeft op uitkeringen welke verschuldigd zijn aan personen die sociale bijstand genieten, aan het orgaan van enige andere Verdragsluitende Partij dat uitkeringen aan de betrokken persoon verschuldigd is, verzoeken het bedrag van de over genoemd tijdvak verleende sociale bijstand in te houden op de bedragen welke het aan bedoelde persoon betaalt. Laatstbedoeld orgaan gaat, in voorkomend geval, tot deze inhouding over op de wijze en binnen de grenzen als bepaald bij de wetgeving die door dit orgaan wordt toegepast alsof het door dit orgaan zelf teveel betaalde bedragen betreft en maakt het aldus ingehouden bedrag over aan de instelling welke de vordering heeft.
TITEL VI
Artikel 85
Verhaal door sociale bijstandsinstellingen
Onderdeel van Administratieve Schikking voor de toepassing van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van Rijnvarenden (herzien)· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 december 1987