Naar hoofdinhoud

TITEL VI

Artikel 88

Overgangsbepalingen betreffende pensioenen en renten

Onderdeel van Administratieve Schikking voor de toepassing van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van Rijnvarenden (herzien)· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 december 1987

1. Wanneer de datum waarop de verzekerde gebeurtenis heeft plaatsgevonden voor de datum van inwerkingtreding van het Verdrag ligt en er op grond van de aanvraag om pensioen of rente voor die datum nog geen uitkering werd vastgesteld, dan moeten er voor deze aanvraag twee uitkeringen worden vastgesteld, voor zover naar aanleiding van deze verzekerde gebeurtenis uitkeringen moeten worden gedaan voor het aan laatstbedoelde datum voorafgaande tijdvak: voor het aan de toepassingsdatum van het Verdrag voorafgaande tijdvak: een uitkering overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag van 13 februari 1961 betreffende de sociale zekerheid van Rijnvarenden (herzien); voor het tijdvak vanaf de toepassingsdatum van het Verdrag: een uitkering overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag. Indien evenwel het bedrag dat is berekend krachtens de sub a) bedoelde bepalingen hoger is dan het bedrag dat is berekend krachtens de sub b) bedoelde bepalingen, blijft betrokkene in aanmerking komen voor het bedrag dat is berekend krachtens de sub a) bedoelde bepalingen. 2. Indien vanaf de toepassingsdatum van het Verdrag bij een orgaan van een Verdragsluitende Partij een aanvraag om invaliditeitsuitkeringen, ouderdomsuitkeringen of uitkeringen aan nagelaten betrekkingen wordt ingediend, leidt dit, overeenkomstig het bepaalde in het Verdrag ambtshalve tot herziening van de uitkeringen die door het orgaan of de organen van een of meer andere Verdragsluitende Partijen voor deze datum voor hetzelfde geval werden vastgesteld. In geen geval zal een dergelijke herziening mogen leiden tot vermindering van eerdere rechten van belanghebbenden.

Rechtspraak bij dit artikel