Naar hoofdinhoud
1). Dit Verdrag heeft ten doel de belastingplichtigen van de beide Staten te beschermen tegen de dubbele belasting, die zou kunnen voortvloeien uit de gelijktijdige toepassing van de Nederlandse en Zwitserse wetten betreffende: de directe belastingen op het inkomen (algemene inkomstenbelasting en belastingen op bestanddelen van het inkomen) en op het vermogen (algemene belasting op het vermogen en belastingen op bestanddelen van het vermogen). Dit Verdrag verstaat onder deze uitdrukking eveneens de belastingen van vervreemdingswinsten op vermogensbestanddelen en op onroerend goed, van waardevermeerdering en van vermogensaanwas; de belastingen welke bij wijze van inhouding bij de bron worden geheven van de opbrengst van roerend kapitaal. 2). Het Verdrag is van toepassing op de belastingen geheven voor rekening van een van de beide Staten, provinciën, kantons, districten, kringen, gemeenten, groepen van gemeenten en gemeentefondsen, maar in het bijzonder op de belastingen voorkomende in de bijlagen I (Zwitserse wetgeving) en II (Nederlandse wetgeving), alsmede op de belastingen van gelijke of gelijksoortige aard, welke in de toekomst aan deze belastingen zullen worden toegevoegd of welke deze vervangen. Het strekt zich mede uit tot de belastingen, welke in de vorm van opcenten worden geheven. 3). Onverminderd het bepaalde in artikel 12, is dit Verdrag voor zoveel het Koninkrijk der Nederlanden betreft, slechts van toepassing op het grondgebied in Europa. 4). Behoudens de aanvullende bepalingen, die vervat zijn in het Aanvullende Protocol hetwelk een integrerend deel van het Verdrag uitmaakt en op dezelfde dag is getekend, is het Verdrag eveneens van toepassing op de Nederlandse vermogensheffing ineens (Wet van 11 Juli 1947) en op de buitengewone Nederlandse vermogensaanwasbelasting (Wet van 19 September 1946), alsmede op de federale oorlogswinstbelasting (Bondsraadbesluit van 12 Januari 1940/19 Juli 1944).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel