Naar hoofdinhoud
1). Onroerende goederen (daaronder begrepen hun toebehoren, zomede de dode of levende have, welke dient voor een landbouw- of bosbedrijf) en de inkomsten, die er uit voortvloeien (daaronder begrepen de voordelen van elk landbouwbedrijf of bosbedrijf) zijn slechts belastbaar in de Staat waar deze goederen zijn gelegen, 2). Met onroerende goederen worden gelijkgesteld de rechten waarop van toepassing zijn de bepalingen van het privaatrecht betreffende de grondeigendom of de rechten van vruchtgebruik op onroerende zaken. 3). Schuldvorderingen tot zekerheid waarvan een onroerende zaak verbonden is (daaronder begrepen obligaties) en de inkomsten die er uit voortvloeien zijn belastbaar volgens de artikelen 2 en 9. 4). De begrippen: onroerend goed en hun toebehoren, recht gelijkgesteld met onroerend goed en vruchtgebruik, hebben de betekenis welke zij hebben volgens de wetten van de Staat waarin het voorwerp waarvan sprake is, is gelegen.

Rechtspraak bij dit artikel