Naar hoofdinhoud

TITEL V › Hoofdstuk 1 › Afdeling

Artikel 24

Artikel 24

Onderdeel van Aanvullend Akkoord ter toepassing van het Europees Verdrag inzake sociale zekerheid· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 9 mei 1977

1. Om in aanmerking te komen voor uitkeringen krachtens artikel 21, eerste lid, sub a) ii) van het Verdrag, wendt de belanghebbende zich binnen drie dagen na het begin van de arbeidsongeschiktheid tot het orgaan van de verblijfplaats onder overlegging van een door de behandelende geneesheer afgegeven bewijs van arbeidsongeschiktheid, voor zover de wettelijke regeling welke door het bevoegde orgaan of het orgaan van de verblijfplaats wordt toegepast, hierin voorziet. Bovendien deelt hij zijn adres in het land waar hij verblijft mede, alsmede de naam en het adres van het bevoegde orgaan. 2. Wanneer de behandelende geneesheren van het land van de verblijfplaats geen bewijzen van arbeidsongeschiktheid afgeven, is artikel 19, tweede lid van het Akkoord van overeenkomstige toepassing. 3. Het orgaan van de verblijfplaats zendt de in de vorige leden van dit artikel bedoelde documenten onverwijld door aan het bevoegde orgaan, onder vermelding van de vermoedelijke duur van de arbeidsongeschiktheid. 4. Indien voor wat betreft andere personen dan de in artikel 15, eerste lid, sub a)i) en tweede lid, sub a) van het Verdrag bedoelde loontrekkenden medisch wordt vastgesteld dat hun gezondheidstoestand geen belemmering vormt voor hun terugkeer naar het grondgebied van de Verdragsluitende Partij waarop zij wonen, geeft het orgaan van de verblijfplaats hun daarvan onmiddellijk kennis en zendt het een afschrift van deze kennisgeving aan het bevoegde orgaan. 5. Artikel 19, vierde tot en met achtste lid van het Akkoord is bovendien van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel