**1.** Om in aanmerking te komen voor verstrekkingen krachtens artikel 40, eerste lid, sub a)i) van het Verdrag, behalve in de gevallen waarin van de in artikel 55, eerste en tweede lid van het Akkoord geopperde veronderstelling wordt uitgegaan, legt de werknemer aan het orgaan van de verblijfplaats een bewijs over waarin wordt verklaard dat hij recht op deze verstrekkingen heeft. In dit bewijs, dat op verzoek van de werknemer door het bevoegde orgaan wordt afgegeven, voordat hij het grondgebied van de Verdragsluitende Partij waarop hij woont, verlaat wordt in voorkomend geval met name de maximumduur vermeld waarover overeenkomstig de wettelijke regeling van de bevoegde Staat verstrekkingen mogen worden toegekend. Indien de werknemer dit bewijs niet overlegt, verzoekt het orgaan van de verblijfplaats het bevoegde orgaan daarom.
**2.** Artikel 53, vijfde lid van het Akkoord is van overeenkomstige toepassing.
TITEL V › Hoofdstuk 3 › Afdeling
Artikel 56
Artikel 56
Onderdeel van Aanvullend Akkoord ter toepassing van het Europees Verdrag inzake sociale zekerheid· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 9 mei 1977