**1).** Het Europese Baccalaureaatsexamen omvat de vakken die in het 6e en 7e leerjaar worden onderwezen, en heeft met name betrekking op:
de basistaal;
de eerste vreemde taal;
ten minste één van de door de leerlingen gekozen keuzevakken;
een van de onderdelen van de menswetenschappen: geschiedenis of aardrijkskunde;
een natuurwetenschappelijk vak.
Het aantal schriftelijke proeven is minimaal vier en maximaal zes; het aantal mondelinge proeven is minimaal drie en maximaal vijf.
**2).** Ter beoordeling van de resultaten der kandidaten worden door de Examencommissie op een door de Raad van Bestuur vastgestelde wijze de volgende elementen in aanmerking genomen:
het eindexamen;
een voorlopig cijfer, gebaseerd op eerdere studieresultaten.
**3).** Het eindexamen wordt ten dele schriftelijk en ten dele mondeling afgelegd. Bij de beoordeling van het eindexamen worden de cijfers 0 t/m 10 toegekend, waarbij 10 de hoogste waardering vertegenwoordigt. Voor ieder onderdeel van het examen wordt een coëfficiënt vastgesteld.
**4).** Om toegelaten te worden moet een leerling het gemiddelde van 60 op 100 voor alle onderdelen te zamen hebben behaald. De Raad van Bestuur kan ook een minimum aantal punten vaststellen dat voor sommige vakken moet worden behaald.
Artikel 5
Inhoud van het examen
Onderdeel van Toegevoegde Overeenkomst bij het Statuut van de Europese School houdende vaststelling van een regeling voor het Europese Baccalaureaat· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 10 maart 1986