Naar hoofdinhoud

Artikel VII

Artikel VII

Onderdeel van Overeenkomst inzake gezamenlijke financiering van bepaalde diensten voor de luchtvaartnavigatie in Groenland en de Faeröer· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 17 november 1989

1. Met inachtneming van het bepaalde in artikel V en artikel VI, tweede lid, komen de Overeenkomstsluitende Regeringen overeen, deel te nemen in vijfennegentig procent van de goedgekeurde werkelijke kosten van de Diensten, als bepaald overeenkomstig de bepalingen van artikel VIII, naar verhouding van het nut voor haar luchtvaart dat iedere Overeenkomstsluitende Regering daarvan heeft. Deze verhouding wordt voor elke Overeenkomstsluitende Regering voor elk kalenderjaar bepaald door het aantal vluchten tussen Europa en Noord-Amerika, waarvan een gedeelte ligt ten noorden van de 45ste Noordelijke breedtegraad tussen 15° en 50° Westerlengte, in dat jaar met haar burgerluchtvaartuigen verricht. Daarnaast: wordt een vlucht tussen alleen Groenland en Canada, Groenland en de Verenigde Staten van Amerika, Groenland en IJsland of IJsland en Europa gerekend als een derde van een vlucht; wordt een vlucht tussen alleen Groenland en Europa, IJsland en Canada of IJsland en de Verenigde Staten van Amerika gerekend als twee derde van een vlucht; en wordt een vlucht naar of van Europa of IJsland waarbij niet over de kust van Noord-Amerika wordt gevlogen, maar over 30° Westerlengte ten noorden van de 45ste Noordelijke breedtegraad wordt gevlogen, gerekend als een derde van een vlucht. 2. Voor de toepassing van het eerste lid van dit artikel: wordt een vlucht gerekend, zelfs wanneer het punt van opstijgen of landen niet in de in dat lid vermelde gebieden is gelegen; en omvat „Europa” niet IJsland of de Azoren. 3. Elk jaar op of vóór 20 november slaat de Raad de Overeenkomstsluitende Regeringen aan ten einde te voorzien in voorschotten voor het volgende jaar. Voor het jaar 1983 zijn de aanslagen op basis van het aantal vluchten in 1981 en vijfennegentig procent van de geraamde kosten voor 1983. De aanslag van elke Overeenkomstsluitende Regering wordt gecorrigeerd om rekening te houden met eventuele verschillen tussen de door haar aan de Organisatie betaalde bedragen als voorschotten voor 1981 en haar aandeel, zoals bepaald door haar vluchten in 1981, in de vijfennegentig procent van de goedgekeurde werkelijke kosten in 1981. De gecorrigeerde aanslag van elke Overeenkomstsluitende Regering wordt verminderd met haar aandeel, zoals bepaald door haar vluchten in 1981, in de geraamde inkomsten uit de heffingen aan gebruikers die ingevolge artikel XIV in 1983 aan Denemarken moeten worden overgemaakt. 4. De in het derde lid van dit artikel uiteengezette procedure geldt voor de aanslagen voor het jaar 1984 met passende wijzigingen wat het jaar betreft. 5. Voor 1985 geldt de in het derde lid van dit artikel bedoelde procedure, met passende wijzigingen wat het jaar betreft, en daarnaast wordt de aanslag van elke Overeenkomstsluitende Regering nader gecorrigeerd om rekening te houden met eventuele verschillen tussen haar aandeel in de geraamde inkomsten uit de heffingen aan gebruikers over 1983 en haar aandeel, zoals bepaald door haar vluchten in 1983, in de door accountants gecontroleerde werkelijke heffingen aan gebruikers die in 1983 aan Denemarken zijn overgemaakt. 6. De procedure voor 1985 geldt in de volgende jaren met passende wijzigingen wat het jaar betreft. 7. Te beginnen op 1 januari 1983, betaalt elke Overeenkomstsluitende Regering, op 1 januari en 1 juli van elk kalenderjaar, in halfjaarlijkse termijnen aan de Organisatie het bedrag waarvoor zij is aangeslagen met betrekking tot de voorschotten voor het lopende kalenderjaar, gecorrigeerd en verminderd zoals bepaald in het derde, vierde, vijfde en zesde lid van dit artikel. 8. In geval van beëindiging van deze Overeenkomst past de Raad een verrekening toe, ten einde aan het bepaalde in dit artikel te voldoen met betrekking tot enige periode waarvoor de betalingen op het tijdstip van beëindiging van de Overeenkomst, nog niet zijn verrekend overeenkomstig het derde, vierde, vijfde en zesde lid van dit artikel. 9. Elk jaar op of vóór 1 mei verstrekt elke Overeenkomstsluitende Regering aan de Secretaris-Generaal, in de door de Secretaris-Generaal voor te schrijven vorm, volledige gegevens over de vluchten waarop dit artikel van toepassing is, die zijn gemaakt in het voorgaande kalenderjaar. 10. De Overeenkomstsluitende Regeringen kunnen overeenkomen dat de in het negende lid van dit artikel bedoelde gegevens namens hen door een andere Regering aan de Secretaris-Generaal worden verstrekt.

Rechtspraak bij dit artikel