**1.** Indien de aard van het werk, het karakter van de door het bedrijf verrichte diensten, het aantal te bedienen personen of het aantal personen in dienst van het bedrijf het onmogelijk maakt de bepalingen van artikel 6 toe te passen, kunnen door het bevoegde gezag of vanwege het daarvoor in aanmerking komende orgaan in ieder land maatregelen worden genomen opdat, zo dit dienstig wordt geoordeeld, speciale regelingen voor de wekelijkse rusttijd kunnen worden getroffen ten aanzien van nader aangeduide categorieën van personen of nader aangeduide soorten van bedrijven voor zover zij onder dit Verdrag vallen, daarbij rekening houdende met alle hierbij van belang zijnde sociale en economische overwegingen.
**2.** Alle personen op wie deze speciale regelingen van toepassing zijn hebben in elk tijdvak van zeven dagen recht op een rusttijd waarvan de totale duur ten minste gelijk is aan het in artikel 6 genoemde tijdvak.
**3.** Op personen die werkzaam zijn op bijkantoren van bedrijven die onder de speciale regelingen vallen, welke bijkantoren, indien zij onafhankelijk zouden zijn, onder de bepalingen van artikel 6 zouden vallen, zijn de bepalingen van artikel 6 van toepassing.
**4.** Alle maatregelen betreffende de toepassing van de bepalingen van lid 1, 2 en 3 van dit artikel worden genomen in overleg met de betrokken werkgevers- en werknemersorganisaties, waar deze bestaan.
Voor buitenwerkingtreding en inwerkingtreding van het Verdrag zie ook Trb. 2001/95.
Artikel 7
Artikel 7
Onderdeel van Verdrag betreffende de wekelijkse rustdag in de handel en op kantoren· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 8 oktober 1972