**1.** Tenzij de militaire noodzaak zich daartegen verzet, dragen de autoriteiten van de krijgsmachten ervoor zorg, dat de leden van de krijgsmachten wier tegenwoordigheid door een Duitse rechter of autoriteit nodig wordt geoordeeld, aanwezig zijn indien een dergelijke aanwezigheid volgens de Duitse wet verplicht is. Indien de militaire noodzaak zich tegen een dergelijke aanwezigheid verzet, geven de autoriteiten van de krijgsmachten een schriftelijke verklaring af, waarin de reden en de duur van de verhindering worden aangegeven.
**2.** De Duitse rechter en autoriteiten dragen, in overeenstemming met de bepalingen der Duitse wet, ervoor zorg dat personen wier tegenwoordigheid als getuigen of deskundigen door een militair rechtscollege of een andere autoriteit van de krijgsmachten nodig wordt geoordeeld, aanwezig zijn.
**3.** De bepalingen van de leden 1 en 2 van dit artikel zijn mutatis mutandis van toepassing op alle procedures waarin bewijsmiddelen moeten worden overgelegd.
**4.** Behoudens de bepalingen van dit Verdrag of enige andere toepasselijke overeenkomst zijn de voorrechten en immuniteiten van getuigen en deskundigen voor Duitse rechtbanken of autoriteiten, en militaire rechtscolleges of autoriteiten van de krijgsmachten, dezelfde als die welke worden toegekend door de wet van de betrokken rechtbanken, rechtscolleges of autoriteiten. Daarbij wordt ook op voldoende wijze rekening gehouden met de voorrechten en immuniteiten, welke getuigen en deskundigen, als zij geen lid van de krijgsmachten zijn, voor een Duitse rechtbank, en als zij wel lid van de krijgsmachten zijn, voor een militair rechtscollege van de betrokken Mogendheid, zouden hebben.
**5.** De autoriteiten van de krijgsmachten verlenen toestemming tot het betekenen der dagvaarding aan ieder persoon binnen een installatie en van leden van de krijgsmachten, of verrichten deze betekening zelf. In alle andere gevallen wordt de betekening verricht of toegestaan door de bevoegde Duitse rechter of autoriteiten.
**6.** De betekening van de dagvaarding aan leden van de krijgsmachten door de Duitse rechtbanken en autoriteiten geschiedt niet door middel van openbare kennisgevingen.
Voor inwerkingtreding zie ook Trb. 1957/229.
DEEL TWEE › AFDELING III
Artikel 11
Het verschijnen voor de rechter. Getuigen. Betekening der dagvaarding
Onderdeel van Notawisseling tussen de Nederlandse en de Britse Regering inzake de uitoefening van rechten en verplichtingen welke ten aanzien van de in de Bondsrepubliek Duitsland gestationeerde Nederlandse militaire eenheden voortvloeien uit twee op 26 mei 1952 te Bonn gesloten en op 23 oktober 1954 te Parijs herziene Verdragen· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 11 juni 1956