Naar hoofdinhoud
1. Onderdanen van iedere betrokken Mogendheid en Duitse advocaten worden niet verhinderd als verdediger op te treden voor militaire rechtscolleges in overeenstemming met de regels en bepalingen, welke voor dergelijke colleges gelden. 2. Een persoon, die is toegelaten om als advocaat op te treden in het land van een der betrokken Mogendheden kan, in procedures waarbij een lid van de krijgsmachten is betrokken, in samenwerking met een Duits advocaat die gemachtigd is het lid van de krijgsmachten in dergelijke procedures te vertegenwoordigen, voor de Duitse rechter verschijnen om verklaringen af te leggen („Ausführungen”). 3. Onder voorbehoud van de bepalingen van de leden 1 en 2 van dit artikel mogen buitenlandse onderdanen slechts in overeenstemming met de bepalingen van de Duitse wet op het grondgebied van de Bondsrepubliek als rechtskundige adviseurs optreden en voor Duitse rechters verschijnen. Voor inwerkingtreding zie ook Trb. 1957/229.

Rechtspraak bij dit artikel