**1.** De krijgsmachten hebben het recht, militaire postkantoren in te stellen en te doen functioneren voor de behandeling van post- en telegraafzaken van de krijgsmachten en hun leden onderling, met militaire postkantoren in andere landen en met het moederland. Er kunnen uitwisselingskantoren worden ingesteld tussen de militaire postkantoren en de postkantoren van de Bondsrepubliek. De plaats van deze kantoren wordt vastgesteld in overeenstemming tussen de bevoegde autoriteiten van de Bondsrepubliek en van de krijgsmachten.
**2.** Bovendien hebben de krijgsmachten het recht hun eigen verbindingen (met inbegrip van verreberichtgevings- en radiofaciliteiten), en radiozenders voor de leden van de krijgsmachten binnen hun installaties en in hun militaire voertuigen, vaartuigen en vliegtuigen aan te brengen, te doen functionneren en te onderhouden voor zover dit voor militaire doeleinden noodzakelijk is.
**3.** Buiten hun installaties maken de krijgsmachten als regel gebruik van de Duitse openbare verreberichtgevingsfaciliteiten. De krijgsmachten kunnen echter buiten hun installaties hun eigen verbindingsfaciliteiten oprichten, doen functionneren en onderhouden:
voor zover dit absoluut noodzakelijk is uit hoofde van militaire veiligheid;
voor zover en voor zolang de Duitse autoriteiten niet in staat zijn de nodige faciliteiten op te richten of in overleg met de krijgsmachten van de oprichting afzien;
tijdelijk voor militaire oefeningen.
De autoriteiten van de krijgsmachten maken van de hun krachtens de tweede zin van dit lid verleende rechten slechts gebruik, in de gevallen bedoeld onder (a) na behoorlijk overleg, en in de gevallen bedoeld onder (b) in overeenstemming met de Duitse autoriteiten.
**4.** De door de krijgsmachten zelf opgerichte en gebruikte faciliteiten kunnen worden aangesloten op het openbare net van de Bondsrepubliek indien zulks technisch en bedrijfsmatig mogelijk is. De plaatsen waar deze aansluiting tot stand wordt gebracht, worden in wederzijds overleg vastgesteld.
**5.** De in Bijlage B bij dit Verdrag vervatte bepalingen zijn van toepassing op de frequenties gebruikt door de radiostations welke in bedrijf zijn bij en gebruikt worden door de krijgsmachten. Deze bepalingen worden van kracht terzelfder tijd als dit Verdrag.
**6.** De leden van de krijgsmachten kunnen zonder betaling van rechten en zonder persoonlijke machtiging een radio-ontvangtoestel installeren en gebruiken.
**7.** De autoriteiten van de betrokken Mogendheid oefenen volledig toezicht uit over de met FK-12 en FK-41 aangeduide kabels welke binnen het grondgebied van de Bondsrepubliek Duitsland liggen, met inbegrip van de daaraan verbonden installaties.
Voor inwerkingtreding zie ook Trb. 1957/229.
DEEL DRIE › AFDELING I
Artikel 18
Verbindingen
Onderdeel van Notawisseling tussen de Nederlandse en de Britse Regering inzake de uitoefening van rechten en verplichtingen welke ten aanzien van de in de Bondsrepubliek Duitsland gestationeerde Nederlandse militaire eenheden voortvloeien uit twee op 26 mei 1952 te Bonn gesloten en op 23 oktober 1954 te Parijs herziene Verdragen· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 11 juni 1956