Naar hoofdinhoud
1. Installaties en werken welke direct gericht zijn op verdedigingsdoeleinden, alsmede veiligheidsinrichtingen, worden door de Bondsrepubliek in die hoeveelheden, gebieden en soorten opgericht of aangepast als nodig is voor de gemeenschappelijke verdediging. Indien speciale behoefte bestaat aan geheimhouding of veiligheid, kunnen de krijgsmachten dergelijke installaties of werken zelf oprichten of aanpassen onder voorwaarde, dat hieraan overleg met de Bondsregering voorafgaat. 2. De Bondsregering werkt met de krijgsmachten samen teneinde te verzekeren dat de militaire en burgerlijke beschermingsmaatregelen welke noodzakelijk zijn om aan bepaalde veiligheidsbehoeften te voldoen, op doeltreffende wijze en zonder vertraging door de krijgsmachten en door de Duitse autoriteiten ten uitvoer kunnen worden gelegd. Zij draagt er zorg voor dat de voor de tenuitvoerlegging van dergelijke beschermingsmaatregelen noodzakelijke voorbereidingen tijdig en op voldoende schaal worden getroffen. 3. De krachtens dit artikel genomen maatregelen zijn onderworpen aan de rechtsmacht van het in artikel 9 van het Verdrag inzake de betrekkingen tussen de Drie Mogendheden en de Bondsrepubliek Duitsland bedoelde Scheidsrechterlijk Tribunaal indien openbare of particuliere eigendommen daardoor ernstig zijn of zullen worden beschadigd. Artikel 12 van het Statuut van het Scheidsrechterlijk Tribunaal is op dergelijke maatregelen van toepassing indien daardoor aan goederen van grote waarde onherstelbare schade kan worden toegebracht. Voor inwerkingtreding zie ook Trb. 1957/229.

Rechtspraak bij dit artikel