Naar hoofdinhoud
1. De autoriteiten van de krijgsmachten hebben het recht, de voorwaarden vast te stellen, waarop personen die in dienst zijn van de krijgsmachten wapens mogen dragen en gebruiken binnen een installatie of voor zover hun werkzaamheden het dragen van wapens noodzakelijk maken. De bepalingen betreffende het gebruik van wapens worden aangepast aan de Duitse wetgeving inzake zelfverdediging („Notwehr”). 2. De in lid 1 van dit artikel bedoelde personen moeten in het bezit zijn van een door de autoriteiten van de krijgsmachten afgegeven vergunning tot het dragen van vuurwapenen. Vergunningen tot het dragen van vuurwapenen mogen slechts worden afgegeven aan personen ten aanzien van wier betrouwbaarheid geen ernstige twijfel bestaat. Een desbetreffend identiteitsbewijs, waarop een aantekening is gesteld, wordt eveneens als een vergunning tot het dragen van vuurwapenen beschouwd. Voor inwerkingtreding zie ook Trb. 1957/229.

Rechtspraak bij dit artikel