**1.** Bij het gebruik maken van de hun krachtens de bepalingen van dit Verdrag toegekende rechten en immuniteiten, nemen de krijgsmachten de Duitse belangen, openbare zowel als particuliere, naar behoren in acht, in het bijzonder door rekening te houden met het vermogen van de Duitse economie en de noodzakelijke binnenlandse en export-behoeften van de Bondsrepubliek en West-Berlijn.
**2.** De Duitse autoriteiten oefenen de bevoegdheden welke zij op het gebied van de wetgeving, het bestuur en de rechtspraak krachtens de “Basic Law” bezitten, op zodanige wijze uit, dat de bescherming en de veiligheid van de krijgsmachten en hun leden en van de eigendommen van de krijgsmachten en hun leden, alsmede de bevrediging van de behoeften van de krijgsmachten en de nakoming van de verplichtingen van de Bondsrepubliek als bepaald in dit Verdrag worden verzekerd.
**3.** De bepalingen van Bijlage A bij dit Verdrag treden tezelfder tijd als dit Verdrag in werking. Zij zijn eveneens van toepassing op overtredingen, op het grondgebied van de Bondsrepubliek Duitsland begaan tegen de gewapende krijgsmachten van de Drie Mogendheden, welke zijn gelegerd in Berlijn. De Bondsrepubliek zal de wettelijke bescherming welke krachtens de bepalingen van deze Bijlage wordt toegekend niet verminderen.
**4.** De Duitse autoriteiten onderwerpen de krijgsmachten en hun leden, of de eigendommen van de krijgsmachten en hun leden niet aan een nadelige of minder gunstige behandeling dan die welke, in overeenstemming met het internationaal recht en de internationale practijk, met betrekking tot vreemdelingen die hun gebruikelijke verblijfplaats op het grondgebied van de Bondsrepubliek hebben, bij de wet is vastgesteld, noch zullen zij binnen het kader van hun bevoegdheden toestaan, dat de krijgsmachten en hun leden aan een dergelijke behandeling worden onderworpen.
Voor inwerkingtreding zie ook Trb. 1957/229.
DEEL EEN
Artikel 3
Algemene verplichtingen
Onderdeel van Notawisseling tussen de Nederlandse en de Britse Regering inzake de uitoefening van rechten en verplichtingen welke ten aanzien van de in de Bondsrepubliek Duitsland gestationeerde Nederlandse militaire eenheden voortvloeien uit twee op 26 mei 1952 te Bonn gesloten en op 23 oktober 1954 te Parijs herziene Verdragen· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 11 juni 1956