Naar hoofdinhoud
1. Indien goederen, materialen, diensten of onroerende goederen zijn gevorderd door de autoriteiten van de betrokken Mogendheid of verworpen zijn ten laste van de bezettingskosten of ten laste van de „Auftragsausgabenhaushalt” vóór de inwerkingtreding van dit Verdrag, en daarna nog nodig blijven voor de krijgsmachten, worden zij beschouwd met wettelijk bindende kracht te zijn gevorderd voor een periode van een jaar te rekenen van die datum af krachtens de bepalingen van de in de leden 3 en 4 van artikel 37 van dit Verdrag bedoelde toepasselijke wetgeving. 2. Indien de vordering van goederen, materialen, diensten of onroerende goederen nodig is geweest voor de doeleinden van de krijgsmachten of hun leden na de in lid 1 van dit artikel genoemde periode, verzekert de Bondsrepubliek Duitsland dat zij ook daarna ter beschikking zullen blijven overeenkomstig de procedure van de toepasselijke wetgeving van de Bondsrepubliek. Voor inwerkingtreding zie ook Trb. 1957/229.

Rechtspraak bij dit artikel